10 mei ✝ vrijdag in de zesde paasweek

Lezingen
Heilige van de dag

H. Damiaan de Veuster
Evangelielezing

Lezing

Hymne

755

Psalmen

962

Lauden

Hymne

756

Psalmen

965

KS

512

Middaggebed

Hymne

764

Psalmen

969

KS

427

Vespers

Hymne

753

Psalmen

973

KS

513

Completen

Hymne

683

Psalmen

1211

H. Damiaan de Veuster

priester

gedachtenis

Jozef – Damiaan – De Veuster werd op 3 januari 1840 geboren in Tremelo (België). Hij trad in bij de Religieuze Congregatie van de H.H. Harten en vertrok in 1863, in plaats van zijn zieke broer, naar de missie op de Sandwicharchipel (Hawaï). Hij werd er op 21 mei 1864 priester gewijd. Hij bood zich vrijwillig aan om op het eiland Molokaï de verbannen melaatsen bij te staan. Hij kwam op de melaatsenkolonie aan op 10 mei 1873 en bleef er tot hij op 15 april 1889 stierf, melaats met de melaatsen. In 1936 werd zijn stoffelijk overschot naar België teruggebracht en te Leuven begraven. Op 4 juni 1995 werd hij door Paus Johannes Paulus II zalig verklaard in Brussel. De heiligverklaring gebeurde door paus Benedictus XVI, op 11 oktober 2009 in Rome.

Openingstekst

Apok. 5 12

Het Lam dat geslacht werd
is waardig macht te ontvangen,
glorie en wijsheid, kracht en eerbetoon.
Alleluia.

Openingsgebed

Laat ons bidden.

God, door de verrijzenis van Christus,
hebt Gij ons het eeuwig leven teruggeschonken.
Verhef ons tot onze Heiland
die gezeten is aan uw rechterhand.
En als Hij eenmaal wederkomt in heerlijkheid,
bekleed dan allen die in het doopsel zijn herboren,
met het feestgewaad van de onsterfelijkheid.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U leeft en heerst
in de eenheid van de heilige Geest,
God, door de eeuwen der eeuwen.
allen: Amen.

Eerste lezing

Hand. 18, 9-18
In deze stad behoren veel mensen Mij toe.

Uit de Handelingen van de Apostelen

Toen Paulus te Korinte verbleef
sprak de Heer in een nachtelijk visioen tot hem:
„Wees niet bevreesd
maar spreek, en zwijg niet.
Ik ben met u
en niemand zal u aanraken om u kwaad te doen,
want in deze stad behoren veel mensen Mij toe.”
Anderhalf jaar bleef hij daar wonen
terwijl hij bij hen het woord Gods onderwees.
Onder het pro-consulaat echter van Gallio in Achaïa
keerden de Joden zich als één man tegen Paulus
en brachten hem voor de rechtbank.
Zij verklaarden:
„Deze man tracht de mensen over te halen
tot onwettige godsverering.”
Paulus wilde juist iets zeggen toen Gallio de Joden antwoordde:
„Als het ging over een of ander onrecht of ernstig misdrijf, Joden,
zou ik u vanzelfsprekend geduldig aanhoren.
Maar zijn het twisten over een woord,
over namen en over die Wet van u,
dan moet gij zelf maar zien.
Daarover wil ik geen rechter zijn.”
Hij joeg ze van zijn rechterstoel weg
Nu wierpen allen zich op Sóstenes, de overste van de synagoge,
en gaven hem voor de rechterstoel een pak slaag.
Gallio trok er zich niets van aan.
Paulus bleef daar nog vele dagen,
nam toen afscheid van de broeders
en ging in gezelschap van Priscilla en Aquila scheep naar Syrië.
Eerst had hij in Kenchreë zijn hoofdhaar laten afknippen
want hij stond onder gelofte.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 47 (46), 2-3, 4-5, 6-7

R:       Koning is God over heel de aarde.
of:
Alleluia.

Alle volkeren, klapt in de handen,
jubelt voor God met blij geroep.
Want groot is de Heer en alom geducht,
een machtig vorst over heel de aarde.

Volkeren levert Hij aan ons uit
en naties legt Hij aan onze voeten.
Hij kiest het erfdeel voor ons uit,
de trots van Jakob, zijn welbeminde.

God stijgt ten troon onder luid gejuich,
de Heer met geschal van bazuinen.
Zingt nu voor God, laat klinken uw zang,
voor onze koning een loflied!

Vers voor het Evangelie

Joh. 16, 28

Alleluia.
Ik ben van de Vader uitgegaan
en in de wereld gekomen;
weer verlaat Ik de wereld en ga naar de Vader.
Alleluia.

Almachtige God,
zuiver mijn hart en mijn lippen,
sterk mij om uw evangelie in eerbied te verkondigen.

Evangelie

Joh. 16, 20-23a
Uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
„Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
gij zult wenen en weeklagen
terwijl de wereld zich zal verheugen.
Gij zult bedroefd zijn,
maar uw droefenis zal in vreugde verkeren.
Wanneer de vrouw gaat baren is zij bedroefd
omdat haar uur gekomen is;
maar wanneer zij het kindje ter wereld heeft gebracht
denkt zij niet meer aan de pijn,
van blijdschap dat er een mens ter wereld is gekomen.
Zo zijt ook gij nu wel bedroefd,
maar wanneer Ik u zal weerzien zal uw hart zich verheugen
en uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen.
Op die dag zult gij Mij over niets ondervragen.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Een reactie achterlaten