18 oktober 2026 ✝ Negenentwintigste zondag door het jaar

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

692

Psalmen

776

Lauden

Hymne

696

Psalmen

780

KS

783

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

784

KS

786

Vespers

Hymne

698

Psalmen

788

KS

791

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

Eerste lezing

Jes. 45, 1. 4-6

Dit zegt de Heer tot Cyrus, zijn gezalfde, die Hij bij zijn rechterhand heeft genomen om de volkeren voor hem neer te werpen, om koningen de gordels van de lenden te trekken, om deuren voor hem open te stoten en geen poort gesloten te laten:
“Het was omwille van mijn dienaar Jakob en om Israël, mijn uitverkorene, dat Ik u bij uw naam heb geroepen en u een eretitel heb gegeven, alhoewel gij Mij niet kende. Ik ben de Heer, er is geen ander! Buiten Mij is er geen God. Ik heb u omgord, alhoewel gij Mij niet kende, zodat allen het nu kunnen weten, die van het oosten en die van het westen, dat er buiten Mij niemand is.

Antwoordpsalm

Ps. 96 (95), 1 en 3. 4-5. 7-8. 9-10ac (R. 7b)

R. Huldigt de Heer om zijn glorie en macht.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zingt van de Heer, heel de aarde.
Verhaalt zijn glorie aan de volken,
aan alle naties zijn wondere daden. R.

Want groot is de Heer en zeer te prijzen,
meer te vrezen dan alle goden.
De goden van andere volken zijn waardeloos,
maar de Heer heeft de hemel gemaakt. R.

Huldigt de Heer, alle stammen en volken,
huldigt de Heer om zijn glorie en macht.
Huldigt de Heer om de glorie van zijn Naam,
betreedt zijn voorhoven met uw geschenken. R.

Buigt diep voor de Heer in heilige luister;
heel de aarde, siddert voor Hem.
Zegt het de volken: “De Heer is koning;
Hij bestuurt de volken in gerechtigheid.” R.

Tweede lezing

I Tess. 1, 1-5b

Paulus, Silvánus en Timóteüs aan de Kerk van de Tessalonicenzen, in God de Vader en de Heer Jezus Christus: genade zij u en vrede. Steeds brengen wij God dank voor u allen, telkens wanneer wij u gedenken in onze gebeden. Wij gedenken onophoudelijk voor het aanschijn van onze God en Vader het werk van uw geloof, de inspanning van uw liefde en de standvastigheid van uw hoop op onze Heer Jezus Christus. Wij hebben, broeders en zusters die door God geliefd zijn, weet van uw uitverkiezing, want ons Evangelie is immers niet tot u gekomen met het woord alleen, maar ook met kracht en met de Heilige Geest en met volle overtuiging.

Evangelie

Mt. 22, 15-21

In die tijd
gingen de Farizeeën onder elkaar beraadslagen hoe ze Jezus in zijn eigen woorden konden vangen. Zij stuurden hun leerlingen met de Herodianen op Hem af met de vraag: “Meester, wij weten dat Gij waarachtig zijt en de weg van God naar waarheid leert en U aan niemand iets gelegen laat liggen, want Gij ziet de mensen niet naar de ogen. Zeg ons daarom: Wat dunkt U, is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet?” Maar Jezus kende hun boze opzet en zei: “Waarom stelt gij Mij op de proef, huichelaars? Laat Mij de belastingmunt eens zien.” Zij hielden Hem een denarie voor. En Hij zei hun: “Van wie is deze afbeelding en het opschrift?” Zij zeiden Hem: “Van de keizer.” Toen zei Hij tot hen: “Geeft dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.”