17 oktober 2026 ✝ Gedachtenis van de heilige Ignatius van Antiochië

Lezingen



Heilige Ignatius van Antiochië

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1609

Psalmen

1189

Lauden

Hymne

1613

Psalmen

1193

KS

1614

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1197

KS

1200

Vespers

Hymne

692

Psalmen

771

KS

774

Completen

Hymne

682

Psalmen

1201

H. Ignatius van Antiochië

Bisschop en Martelaar

Als opvolger van de apostel Petrus stond Ignatius aan het hoofd van de kerk van Antiochië. Ter dood veroordeeld, werd hij naar Rome gevoerd om voor de wilde dieren geworpen te worden. Zo werd zijn getuigenis voor Christus onder keizer Trajanus in het jaar 107 met de marteldood bekroond. Tijdens zijn overtocht naar Rome schreef hij zeven brieven, gericht aan verschillende kerken. Daarin komen zijn wijsheid en kennis tot uitdrukking, als hij uitweidt over de persoon van Christus, de hiërarchie van de kerk en het christelijk levenspatroon. Reeds in de vierde eeuw werd hij te Antiochië op de 17e oktober herdacht.

Eerste lezing

Ef. 1, 15-23

Broeders en zusters,
Ik heb gehoord van uw geloof in de Heer Jezus en van uw liefde voor alle heiligen. Daarom zeg ook ik onophoudelijk dank Steeds gedenk ik u in mijn gebeden. Ik smeek de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u de Geest te geven van wijsheid en openbaring om Hem waarachtig te kennen. Moge Hij uw innerlijk oog verlichten om te zien, hoe groot de hoop is waartoe Hij u roept, hoe rijk de heerlijkheid van zijn erfdeel te midden der heiligen en hoe overgroot zijn macht in ons die geloven. Dezelfde sterkte en kracht heeft Hij betoond in Christus, toen Hij Hem opwekte uit de dood en Hem aan zijn rechterhand zette in de hemelen, hoog boven alle heerschappijen, machten, krachten en hoogheden en boven elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze maar ook in de toekomstige tijd. Alles heeft God onder zijn voeten gelegd, en Hemzelf, verheven boven alles, heeft Hij als Hoofd gegeven aan de kerk die zijn lichaam is, de volheid van Hem, die het al in alles vervult.

Antwoordpsalm

Ps. 8, 2-3a, 4-5, 6-7

Refrein:
Heel uw schepping hebt Gij aan hem onderworpen.

Heer, onze Heer,
hoe ontzagwekkend is uw Naam op aarde,
hoger dan de hemel reikt uw majesteit.
Kinderen en zuigelingen laat Ge voor U spreken.

Als ik naar de hemel kijk,
het kunstwerk van uw vingers,
als ik maan en sterren zie, die Gij daar hebt gezet.
Ach, wat is de mens dan, dat Gij naar hem omziet,
‘t mensenkind, dat Gij zo voor hem zorgt?

Niet veel minder dan een engel
hebt Gij hem geschapen,
hem omkleed met schoonheid en met pracht;
heel uw schepping aan hem onderworpen,
alles aan zijn voeten neergelegd.

Evangelie

Lc. 12, 8-12

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Ik zeg u: ieder die Mij bij de mensen belijdt, hem zal de Mensenzoon als de zijne erkennen bij Gods engelen. Maar wie Mij tegenover de mensen verloochend heeft zal verloochend worden tegenover Gods engelen. Aan ieder die zich zal kanten tegen de Mensenzoon zal het vergeven worden; maar hem die de heilige Geest heeft gelasterd zal het niet vergeven worden. Wanneer men u brengt voor synagogen, overheden en machthebbers, maakt u dan niet bezorgd over het hoe of wat van uw antwoord ter verdediging: op dat ogenblik zal de heilige Geest u leren wat gij moet zeggen.”