Lezing
Hymne
716
Psalmen
1175
Lauden
Hymne
717
Psalmen
1177
KS
1180
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
1181
KS
1184
Vespers
Hymne
718
Psalmen
1185
KS
1187
Completen
Hymne
682
Psalmen
1211
Eerste lezing
Ef. 1, 11-14
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze.
Broeders en zusters,
In Christus hebben wij ons erfdeel ontvangen, daartoe voorbestemd door de beschikking van Hem die alles tot stand brengt naar het besluit van zijn wil, opdat wij de lof verbreiden van zijn heerlijkheid, wij, die reeds te voren onze hoop op de Christus hadden gebouwd.
In Christus zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie van uw heil hebt aanhoord, in Hem zijt ook gij tot het geloof gekomen, verzegeld met de heilige Geest der belofte die het onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van Gods eigen volk
Antwoordpsalm
Ps. 33 (32), 1-2, 4-5, 12-13
Refrein: Zalig het volk dat de Heer heeft als God.
Jubelt, gerechtigen, voor de Heer,
wie vroom is dient Hem te loven.
Eert dan de Heer met citerspel,
en speelt voor Hem op de harp.
Oprecht is immers het woord van de Heer
en al wat Hij doet is betrouwbaar.
Recht en gerechtigheid heeft Hij lief,
de aarde is vol van zijn mildheid.
Zalig het volk dat de Heer heeft als God,
de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen.
Hoog uit de hemel schouwt God omlaag,
blikt neer op de zonen der mensen.
Evangelie
Lc. 12, 1-7
In die tijd, toen duizenden mensen waren samengestroomd zodat men elkaar haast onder de voet liep, richtte Jezus zich eerst tot zijn leerlingen: “Wacht u voor het zuurdeeg, dat wil zeggen, voor de huichelarij van de Farizeeën. Niets is bedekt of het zal onthuld en niets is verborgen of het zal geweten worden. Want alles wat gij in het donker gezegd hebt, zal gehoord worden in het licht; en wat gij binnenkamers in het oor gefluisterd hebt zal van de daken verkondigd worden. Tot u, die mijn vrienden zijt, zeg Ik: Vreest niet hen die het lichaam doden, maar daarna niets ergers kunnen doen. Ik zal u zeggen wie gij moet vrezen: vreest Hem die, nadat Hij gedood heeft, macht bezit om in de hel te werpen. Ja, zeg Ik u, vreest Hem! Kan men niet vijf mussen kopen voor twee stuivers? Toch vergeet God niet een van hen. Ja, zelfs de haren op uw hoofd zijn alle geteld. Weest niet bevreesd: gij zijt méér waard dan een zwerm mussen.”





