2 oktober 2026 – Gedachtenis van de heilige Engelbewaarders

Lezingen



Heilige Engelbewaarders

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1448

Psalmen

962

Lauden

Hymne

1448

Psalmen

780

KS

1449

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

969

KS

1450

Vespers

Hymne

1448

Psalmen

1451

KS

1453

Completen

Hymne

682

Psalmen

1211

H. Engelbewaarders

De verering voor de engelen die ons beschermen steunt op vele getuigenissen van de heilige Schrift, met name op het psalmwoord: U aangaande gebiedt Hij zijn engelen om u, wáár gij ook gaat, te bewaren (Ps. 91 (90), 11). Dankbaarheid voor Gods machtige bescherming is een bij uitstek liturgisch thema, dat op deze gedenkdag van de engelen een bijzonder reliëf krijgt vanuit de teksten van het Oude en Nieuwe Testament (Ex. 23, 20-23a; Mt. 18, 1-5. 10).

Eerste lezing

Ex. 23, 20-23a

Zo spreekt de Heer: “Zie, Ik zend mijn engel voor u uit om u onderweg te beschermen en u te brengen naar de plaats die Ik heb vastgesteld. Heb aandacht voor hem en luister naar zijn woord. Kom niet tegen hem in opstand, want hij zou uw verzet niet vergeven. In hem immers is mijn naam tegenwoordig. Als gij gehoorzaamt aan zijn woord en doet wat Ik u zeg, dan ben Ik de vijand van uw vijanden, de verdrukker van uw verdrukkers. Mijn engel zal voor u uitgaan.”

Antwoordpsalm

Ps. 139 (138), 1-3, 7-8, 9-10, 13-14

Refrein: Leid mij, Heer, langs beproefde paden.

Gij kent mij, Heer, en Gij doorschouwt mij,
Gij ziet mij waar ik ga of sta.
Van verre kent Gij mijn gedachten,
Gij weet waarom ik bezig ben of rust.

Waar zou ik ooit ontkomen aan uw Geest,
waar zou ik mij voor uw Gelaat verbergen?
Al stijg ik naar de hemel op: daar zijt Gij reeds,
al daal ik in het dodenrijk: Gij zijt aanwezig.

Al leen ik ook de vleugels van de dageraad
en strijk ik neer aan gene zijde van de zee:
ook daar is het uw hand, die mij blijft leiden,
ook daar houdt Gij mij stevig vast.

Want wat er in mij is hebt Gij geschapen,
Gij hebt mij als een weefsel
in de moederschoot gevormd.
Ik dank u voor het wonder van mijn leven,
voor alle wonderwerken die Gij hebt gemaakt.

Evangelie

Mt. 18, 1-5. 10

In die tijd richtten de leerlingen tot Jezus de vraag: “Wie is nu wel de grootste in het Rijk der hemelen?” Hij riep een klein kind, zette het in hun midden en zei: “Voorwaar, Ik zeg u: als gij niet opnieuw wordt als de kleine kinderen, zult gij het Rijk der hemelen zeker niet binnengaan. Wie dus zichzelf gering acht zoals dit kind, is de grootste in het Rijk der hemelen. En wie in mijn Naam zulk een kind opneemt neemt Mij op. Hoedt u er voor een van deze kleinen te minachten, want Ik zeg u: zij hebben engelen in de hemel en deze aanschouwen voortdurend het aangezicht van mijn Vader die in de hemel is.”