U kan hier de dialoog tussen de Heilige Vader en de jongeren horen tijdens de gebedswake in het Stade de France op 25 september in Saint-Denis
Dialoog van de Heilige Vader met de jongeren
Vraag van Chloé
Allerheiligste Vader, wij zijn dankbaar voor uw aanwezigheid bij ons vanavond en voor deze tijd van uitwisseling die u ons schenkt.
Ik heet Chloé, ik ben 25 jaar en ik rond mijn studie farmacologie af. Ik ben actief in een collectief van jonge katholieken uit de volkswijken van Île-de-France: La Cité Céleste. We organiseren onder meer gelegenheidsevenementen zoals nachten van aanbidding en lofprijzing, die veel jongeren uit de wijken samenbrengen die hun geloof willen beleven en ruim willen delen. Ik ben ook actief in mijn parochie, vooral bij jongeren uit het middelbaar onderwijs. Via deze verschillende engagementen wil ik mijn energie en mijn talenten ten dienste stellen van anderen, door verbinding te leggen tussen het geloof, de jeugd en de dagelijkse realiteit in onze wijken.
Zoals de heilige Paulus zegt: “Voor ons is het leven Christus.” Toch is de samenleving waarin wij leven op andere fundamenten gebouwd en lijkt ze soms zelfs vreemd te staan tegenover de vraag naar God. Wij willen Christus om ons heen verkondigen met kracht en volharding, maar natuurlijk ook met respect en fijngevoeligheid tegenover wie we ontmoeten. Hoe kunnen we de kracht van onze missionaire gedrevenheid verenigen met de echtheid van een broederlijk leven met hen die ons geloof niet delen?
Antwoord van de Heilige Vader
Beste vrienden, het eerste wat ik wil zeggen is heel eenvoudig: dank je wel! Dank aan God, dank aan jullie, dank voor jullie moed, dank voor jullie aanwezigheid, dank voor jullie geloof. Jullie zijn de heiligen van Frankrijk!
En dank je, Chloé, voor je vraag. De zin van de heilige Paulus die je aanhaalde, is niet zomaar een bewering. Hij is een ware samenvatting van zijn leven. In enkele korte maar beslissende woorden spreekt hij een lofgebed uit, een geloofsdaad, en wijst hij een weg van heiligheid aan die tot het martelaarschap leidt. “Voor mij is het leven Christus” (vgl. Fil 1,21). Door deze liefdesverklaring te herhalen, proberen we de ervaring van de Apostel te delen. Hij getuigt immers dat God nooit vreemd is aan zijn leven, maar integendeel naar hem toe komt: Hij roept hem bij zich, vormt hem innerlijk om en zendt hem de wereld in.
Deze geestelijke dynamiek gaat ons allemaal aan, ook vandaag nog. Het is waar, zoals je zegt, dat de samenleving waarin wij leven onverschillig lijkt tegenover God. Maar de Heer is niet onverschillig tegenover ons! Dát is wat telt… en wat ons altijd hoop geeft!
Dat velen vreemd staan tegenover de vraag naar God, is inderdaad een probleem; maar dat velen vreemd staan tegenover de vraag naar de mens, is dat evenzeer. Hoeveel mensen tonen helaas geen belangstelling voor hun naaste en leiden een egoïstisch leven, of minachten de armen terwijl ze hun bezittingen verkwisten aan nutteloze dingen. Hoevelen wijzen eenvoudige of zieke mensen af, in de overtuiging dat iemand alleen waard is wat hij produceert. Ik denk in het bijzonder aan jouw engagement in de volkswijken van Île-de-France met La Cité Céleste: juist daar, in het concrete van het dagelijks leven en soms van de moeilijkheden, wordt jouw geloof een krachtig getuigenis van hoop.
De mens dwaalt wanneer hij beweert dat God dood is. Als God niet met hem is, heeft de mens geen redding meer en verliest hij de zin van zijn bestaan, dat herleid wordt tot een doodlopende weg of tot het niets. Wie daarentegen zegt: “Voor mij is het leven Christus!”, ervaart precies het omgekeerde. In Christus weten we immers dat God nooit onverschillig staat tegenover de mens! Door Jezus, gekruisigd en verrezen, geeft Hij zijn eigen leven opdat wij daaruit zouden leven. Dát is dus de manier om Christus te verkondigen die moed en respect verenigt: Hem verkondigen als Evangelie van redding, als woord van waarheid en leven. Dit Evangelie is goed nieuws voor iedereen, een bevrijdende boodschap en een nieuwe levensregel.
Het Evangelie van Jezus leidt immers niet tot conflict, maar nodigt altijd uit tot vergeving: terwijl het licht werpt op het drama van de geschiedenis, vormt het ons tot broederlijke zorg. De ontmoeting met Christus opent voor de dialoog en bereidt voor op zijn vrede, want ze biedt elke man en elke vrouw de grootste belofte, die alle verlangens vervult: de belofte van het eeuwig leven.
Lieve Chloé, beste jongeren, de religieuze ervaring van ieder mens drukt het zoeken naar zin uit dat de menselijke ziel bezielt. In Jezus, de Verlosser van de wereld, laat God zich vinden door zich “tot de mensen te richten als tot vrienden” (Dogm. Const. Dei Verbum, nr. 2). Hij is de bron van levend water, het licht in de duisternis. Laten we dus vanavond, in de vreugde van het geloof, samen verkondigen: voor ons is het leven Christus! Allemaal samen: voor ons is het leven Christus!
Dankzij Hem is het mogelijk de missionaire gedrevenheid te verenigen met de ervaring van broederschap met hen die niet in God geloven of die tot andere religieuze tradities behoren. Deze broederschap, gemaakt van luisteren en wederzijdse waardering, is geworteld in de eenheid van de menselijke familie, die doorheen de geschiedenis de religieuze dimensie heeft ontwikkeld als een wezenlijk kenmerk van elk volk.
Een broederlijke band onderhouden “met hen die ons geloof niet delen” draagt dus bij aan de opbouw van de samenleving, en wordt een oefening in geloof en naastenliefde; want het is onmogelijk van Christus te getuigen zonder hen lief te hebben aan wie we Hem willen verkondigen. De ontmoetingen tussen jongeren uit het Middellandse Zeegebied die de voorbije jaren plaatsvonden, zijn een bemoedigend teken van deze broederschap.
De christelijke boodschap vormt dus geen hinderpaal voor broederlijk samenleven; integendeel, ze bevordert het, want ze nodigt ieder in vrijheid uit te luisteren naar een boodschap van vrede en redding. Evenzo staat onze zending niet in tegenspraak met het respect voor andere religies, want de Kerk verwerpt niets van wat in die religies waar en heilig is (vgl. Nostra Aetate, nr. 2). Dank je wel!
Vraag van François
Allerheiligste Vader, dank u dat u ons komt versterken in het geloof en in ons verlangen om van het Evangelie te getuigen!
Ik heet François Bigot, ik ben opgegroeid op het platteland in Bourgondië en ik studeer momenteel landbouwkunde aan UniLaSalle. Ik geef graag mijn tijd voor de schoonheid van de liturgie, ik zet me in voor mijn bisdom via de mountainbikebedevaart van Nevers en voor de voorbereiding van een nieuwe Bourgondische bedevaart. Ik ben ook scoutsleider en actief in het studentenpastoraat van mijn school.
In dienst van de meest kwetsbaren, in dienst van de vrede in ons land en in de wereld, in dienst van de Kerk van Christus: wij, jongeren, willen ons engageren! Toch is het vaak moeilijk te weten hoe je je leven moet richten om je zonder te rekenen en trouw te geven, zonder je te versnipperen of de moed te verliezen, zo onmetelijk lijkt de taak soms. Angst en onzekerheid verzwakken vaak het enthousiasme van onze jeugd. Allerheiligste Vader, hoe kunnen we onderscheiden waar de Heer ons verwacht om te dienen en ons leven te geven?
Antwoord van de Heilige Vader
Zijn er veel scouts hier? O, heel goed, welkom!
Allereerst dank ik jullie van harte voor jullie engagement. Het is voor mij een grote vreugde jullie zo talrijk te zien, bezield door de wil om je in te zetten voor de vrede, die ons doet groeien als mannen en vrouwen, door angsten om te vormen tot hoop en klachten tot verantwoordelijk engagement. Vandaag is deze grote zending dringender dan ooit, want ze nodigt ons uit om met onderscheidingsvermogen te navigeren te midden van de huidige technologische en digitale omwentelingen, zonder aan menselijkheid in te boeten.
Vooral wanneer we ons wijden aan de bescherming van de kleinsten en de zwaksten, herkennen we onze eigen zwakheid, waarin we ons allemaal terugvinden. Deze kwetsbaarheid, eigen aan het menselijk leven, maakt ons niet bang, maar verenigt ons als schepselen die ontdekken dat ze broers en zussen zijn in Christus. Hij is de eerste die zich aan ons geeft, en het levende teken van deze genade is de Eucharistie, “bron en hoogtepunt van heel het christelijk leven” (LG 11). Uit dit sacrament, dat ons geloof ondersteunt, putten wij de kracht om ons op onze beurt aan onze naaste te geven, in navolging van de belangeloosheid van de Heer Jezus. Het zoeken naar gerechtigheid en vrede verplicht ons de conflicten te erkennen die we zelf beleven, en ons hart te zuiveren. Wanneer we ons inzetten in dienst van God en van de anderen, vinden onze wonden troost en verlossing.
Er bestaat geen enkele mislukking waaruit God ons niet kan oprichten: zijn barmhartigheid is onze vreugde. En toch noemden jullie angst en onzekerheid als hindernissen voor jullie enthousiasme. Dat zijn zeer wijdverbreide gevoelens, door de onzekerheid van toekomstplannen, het voorlopige karakter van affectieve banden en de broosheid van relaties. Daarbij komen nog andere gevoelens die op jullie generatie wegen, zoals de schermmoeheid en de bezorgdheid over de klimaatverandering of over de economische en internationale situatie. Ja, we moeten aandachtig luisteren naar deze gevoelens. Ik nodig jullie allemaal uit, beste jongeren, je hart open te houden voor het lijden van je leeftijdgenoten.
Tegelijk wordt de ervaring van kwetsbaarheid, van elke kwetsbaarheid, voor een leerling van Christus een gelegenheid tot getuigenis. Wie Jezus volgt op de weg van nederige en belangeloze dienstbaarheid, wordt bevrijd van angst en vindt een nieuw enthousiasme in de ervaring van innerlijke vreugde en vrede; geen voorbijgaande of subjectieve gevoelens, maar verankerd in de zekerheid van het geloof waarvan wij samen als Kerk getuigen.
Ja, samen vormen wij de Kerk: kwetsbaar en heilig, als aarden vaten die een schat bevatten (vgl. 2 Kor 4,7). De heilige Paulus herinnert ons er nog eens aan dat we juist in de zwakheid sterk zijn (vgl. 2 Kor 12,10). Vooral in moeilijke momenten ondersteunt God onze vrijheid en bemoedigt Hij ons met zijn genade. Hij heeft als mens willen leven, opdat wij met Hem zouden kunnen leven, voor altijd, als vreugdevolle getuigen van de hoop.
Beste vrienden, het is in deze vriendschap met Jezus dat onze onderscheiding plaatsvindt, een bezinning waarbij we de gave van de Heilige Geest afsmeken. Het is een voortdurende oefening om met orde en zekerheid vooruit te gaan.
Hoe goed onderscheiden?
Denk er allereerst aan dat het Woord van de Heer altijd een lamp is voor onze voet (vgl. Ps 119,105). In het licht van het Evangelie verloopt de geestelijke vorming via gebed en dienstbaarheid; aanbidding en actie; stilte – die zo zeldzame en zo noodzakelijke stilte, ver van het mediagedruis – en verkondiging.
Laat je vervolgens inspireren door het voorbeeld van de heiligen: zelfs in de vervolging hebben deze broers en zussen wegen van vrede geopend. Kijk naar die priesters die gepassioneerd waren door Christus, zoals de heilige Eugène de Mazenod en de heilige Jean-Marie Vianney; kijk naar de mystieke schoonheid van de heilige Theresia van het Kind Jezus; naar de zalige Pauline Jaricot, vurig in naastenliefde en zending; naar de moed van de 50 [vijftig] martelaren van het apostolaat uit de Tweede Wereldoorlog, die hun broeders dienden tot het offer van hun leven. De heiligen hebben de loop van de geschiedenis veranderd en veel mensen van het lijden naar de hoop geleid; want zij hebben eerst hun eigen hart veranderd en het omgevormd in het licht van het geloof.
Beste jongeren, wanneer jullie je roeping onderscheiden, wees er dan zeker van dat de Heer niet op een verwarrende manier tot jullie spreekt, maar ieder van jullie bij naam aanspreekt, en jullie uitnodigt Hem te volgen omdat Hij jullie liefheeft. Door zijn Evangelie te onthalen, met een helder verstand en een zuiver hart, zullen jullie begrijpen hoe Jezus jullie roept om te dienen. Het gaat altijd om een gave van het leven: volledig, trouw, overvloeiend van liefde. Om angst of onzekerheid te overwinnen, heb de moed om één enkel woord te zeggen, eenvoudig en prachtig: dank je. Dank je, Jezus, voor je liefde.
Daarom kunnen we nu, zonder vrees maar vol vertrouwen en vreugde, allemaal, allemaal samen, in het voetspoor van de heiligen al zeggen: Hier ben ik, Heer!
Allemaal samen: Hier ben ik, Heer!
En ik richt me tot diegenen onder jullie – en het zijn er vanavond velen hier – die menen de roeping te horen om Jezus te volgen op de weg van het priesterschap of het godgewijde leven. Beste vrienden, de Kerk in Frankrijk heeft jullie zo nodig!… ze bidt voor jullie, ze wacht op jullie. Beste vrienden, wees niet bang voor deze roeping! Heb durf; heb vertrouwen in Jezus, die van jullie zijn meest nabije vrienden wil maken: Hij zal jullie niet teleurstellen en zal altijd aan jullie zijde staan; jullie leven zal wonderlijk mooi en vruchtbaar zijn.
Tot besluit kunnen we het gebed hernemen dat de heilige Johannes Paulus II ons heeft nagelaten: “Meester, U die de menselijke persoon liefhebt en eerbiedigt, U die het lijden van de mens hebt gedeeld, U die het mysterie van het menselijk bestaan verheldert, laat ons de ware zin van ons leven en van onze roeping ontdekken!” (Homilie tijdens de 12e Wereldjongerendag, Parijs, 24 augustus 1997). Dank jullie wel!




