Toespraak van de paus tot de jongeren over de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs

In de nacht verschijnt het licht nog stralender. Zo hebben wij, beste jongeren, samen de woorden van de heilige Paulus gehoord. Wij willen ze hoog houden, als een fakkel die niet alleen het gebed van ieder van ons verlicht, maar ook heel de geschiedenis van de Kerk. De Apostel kijkt naar zijn tijd en ontvangt de goddelijke inspiratie, dat wil zeggen de Heilige Geest, die altijd lichtende toekomstperspectieven opent. Ja, God is de Heer van de geschiedenis en, wat er ook gebeurt, Hij leidt haar naar het heil: in Christus komt aan alle kwaad een einde, juist omdat het einde het begin wordt van een nieuw en eeuwig leven.

Beste vrienden, om onze tijd te verlichten en het heden om te vormen in het licht van de Geest, laten we er vooral aan denken dat wij, zoals Timoteüs, mannen en vrouwen van God zijn. Deze uitdrukking – van God –, door de heilige Paulus gekozen, wijst op een band, niet op een bezit. Wie met God leeft, is vrij: vrij van alles wat het leven verduistert en het leeg en zinloos maakt. Jongeren van Frankrijk, jullie dragen in je hart een immens verlangen naar vrijheid, een woord dat krachtig weerklinkt in jullie cultuur. Maar wat is dan de bron van de ware vrijheid? Jezus wijst ze ons duidelijk aan wanneer Hij zegt dat de waarheid ons vrij zal maken (vgl. Joh 8,32), en dat Hijzelf de Waarheid is (vgl. Joh 14,6)! Dát is dus de bron van de ware vrijheid: de levende relatie met Jezus.

Het gezelschap van de Heer geeft immers wijsheid aan onze plannen en schoonheid aan de verlangens die we in ons hart dragen. God gaat als een licht door onze ziel en nodigt ons uit tot een voortdurende vernieuwing, tot een bekering die het bestaan zijn volle betekenis geeft, omdat ze ons tot spelers maakt in een geschiedenis die overgaat van verwarring naar het zoeken naar de waarheid, van onverschilligheid naar inzet voor de gerechtigheid. De heilige Paulus zegt dit met drie werkwoorden die een beroep doen op onze vrijheid: vermijd, streef, strijd.

De Apostel schrijft aan Timoteüs: vóór alles, “vermijd dit alles”, dat wil zeggen hoogmoed, ijdelheid, geweld en hebzucht (vgl. 1 Tim 6,4.10). Dat zijn gevoelens die ons grijpen en in bezit nemen. Het egoïsme dat hen kenmerkt, verbergt een beangstigende eenzaamheid. Om Gods nabijheid en de menselijke broederschap te smaken, moeten we die begeerte afwijzen die relaties verteert zonder er iets voor terug te geven, en die ons volpropt met dingen zonder ons te verzadigen. Het is een levensstijl die ertoe aanzet alles te hebben, maar niemand te zijn; heel veel “likes” te ontvangen, maar alleen te blijven met zichzelf.

Wanneer we besluiten die stijl niet te volgen, beginnen we te streven naar “gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, geduld en zachtmoedigheid” (v. 11). Ja, wie met God leeft, streeft naar het beste: hij is voortdurend in training. Hij zoekt de deugd, dat wil zeggen de kracht die hem goed en waarachtig maakt. Beste vrienden, de dynamiek die het christelijk bestaan kenmerkt, heeft een precieze naam: ze heet de weg van heiligheid. Het is de weg die de Heer voor ieder van ons opent, terwijl Hij ons de hele tocht vergezelt. En hoeveel zonen en dochters van dit geliefde land Frankrijk hebben zich op deze weg laten leiden! Denken we bijvoorbeeld aan de zalige Marcel Callo, een jonge Fransman, scout en arbeider, die in de duisternis van het concentratiekamp niet ophield naar het goede te streven en innerlijk vrij bleef.

Naarmate we vorderen op deze weg van heiligheid, wordt duidelijk dat het niet volstaat het kwaad te vermijden: we moeten het goede kiezen. Het gaat niet om een abstract principe, noch om een vanzelfsprekende bewering: het goede kiezen is de eigenlijke daad van de vrijheid, waardoor zij zich verwerkelijkt, zich rechtzet en rijpt. Om de juiste keuzes te maken, onthoud dit criterium: het goede geeft leven, het neemt het nooit weg. Het goede zorgt, het neemt niet voor zichzelf. Het goede is geen mooi begrip, maar het stralende gelaat van de liefde: het is God zelf! De deugden die de heilige Paulus ons aanwijst als weerspiegelingen van zijn goedheid, zijn de volgende: gerechtigheid tegenover de mensheid; godsvrucht en geloof tegenover God; liefde tegenover allen; geduld tegenover wie ons doet lijden; zachtmoedigheid, die kenmerkend is voor wie met een zuiver hart de vrede zoekt.

De beginselen van gelijkheid en broederschap die jullie samenleving inspireren, vinden hier hun fundament: meer dan wettelijke voorschriften zijn het de radicale en moedige keuzes van een vrij hart. Deze beginselen tot de onze maken is niet alleen een moreel engagement: het is kiezen om authentieke mannen en vrouwen te worden, vrij van elk compromis.

In dit verband geeft de Apostel ons een derde werkwoord: strijden. Het kwaad vermijden en naar het goede streven houdt immers in dat we strijden. Strijden, ja, zoals de heilige Paulus deed, die vaak wordt afgebeeld met een zwaard in de hand, beeld van het Woord van God, “het zwaard van de Geest” (Ef 6,17). Dit werkwoord weerklinkt krachtig hier in Frankrijk, het land van de heilige Jeanne d’Arc, een jong meisje dat met durf heeft weten te strijden. Maar let op: het werkwoord en het beeld zijn ons nu duidelijk. De strijd waartoe wij uitgenodigd worden, is die van het geloof, dat wil zeggen de inzet om volgens het Evangelie te leven als leerlingen van Jezus, de Zoon van God die van ons broers en zussen maakt. In zijn naam ontvangen we de kracht van de rechtvaardigen om de verleiding te weerstaan. In zijn naam ontvangen we de volharding van de zachtmoedigen om ons aan het goede te wijden. Onze strijd is geen strijd tegen anderen; hij gebruikt niet de wapens van geweld, minachting of onderdrukking. Ons enige wapen is dat van de liefde die zich geeft.

Helaas weten we dat er krachten zijn die zich verzetten tegen onze relatie met God; machten die proberen personen en volkeren te verdelen door hen tegen elkaar op te zetten. Die kwaden hebben niet alleen een gewelddadig gelaat, maar nemen soms ook een verraderlijke gedaante aan, want ze beloven precies wat ze ons afnemen, namelijk het geluk. Maar wanneer we ons door hun duisternis omringd voelen, verlicht en troost het licht van de Heilige Geest ons: laten we dus deze nacht samen de deugden kiezen die we moeten ontwikkelen om de Heer te volgen.

We zijn niet alleen op deze weg van heiligheid, want we gaan hem in verbondenheid met al onze broers en zussen om ons heen. Dat ervaren jullie trouwens vanavond, net als bij grote bijeenkomsten zoals de Wereldjongerendagen. We hebben ook de heiligen als bondgenoten, die ons steunen in de beproeving. Beste vrienden, wanneer de keuzes van het leven moed vragen, roep dan hun voorspraak in en volg hun voorbeeld na. Zoals we in de litanie hebben gezongen, verzekert de aanmoediging van de heiligen ons dat we nooit alleen zijn in het gebed, dat we nooit alleen zijn in de Kerk. Laten we in deze bijzondere tijden hun hulp vragen om vredestichters te zijn: eeuwig verlangen van God en voortdurende opdracht van de mensheid! Vanavond heb ik enkelen van hen genoemd. Laten we ook de heilige Theresia van het Kind Jezus vragen ons haar kleine weg van de dagelijkse liefde te leren, stevig fundament van elke duurzame vrede.

De Heer verwerkelijkt deze vrede door het verbond dat Hij met ons allen sluit door Jezus, de Christus. Daarom spreekt de heilige Paulus, wanneer hij het fundament van onze geloofservaring aanwijst, niet alleen over wat wij kunnen doen als antwoord aan God, maar ook over wat God voor ons doet. De Apostel vat het samen in één episode: Jezus voor Pilatus, de waarheid van de liefde tegenover de hypocrisie van de macht. De “goede strijd” valt dan samen met de “mooie getuigenis” (vgl. vv. 12-13). Dat blijkt uit het gebruik van eenzelfde bijvoeglijk naamwoord, kalos, dat hier “goed gedaan” betekent. Het goed gedane werk, het werk dat goed is, is de verlossing die Jezus voor ons voltrekt. In zijn strijd tegen zonde en dood bevrijdt de overwinning van Christus ons: ze redt ons van alle kwaad en nodigt ons uit allerlei goed te doen.

Laten we in dit licht kijken naar de twee relieken die we voor ogen hebben: de tuniek en het kruis. Het ene werd Christus afgenomen; het andere werd Hem gegeven. In die zin zijn ze allebei tekens van zijn lijden: Jezus wordt van zijn tuniek beroofd om ons te bekleden met het witte kleed, gewassen “in het bloed van het Lam” (Apk 7,14). Zo wordt het kruis, werktuig van de dood, een teken van hoop. Beide, de tuniek en het kruis, stellen ons voor, ons, de Kerk die geboren wordt uit het leven van God dat aan de wereld gegeven is. Beste jongeren, om te groeien in heiligheid en onze samenleving te verbeteren, wees stralende getuigen van dit Evangelie, dat wil zeggen van de goede boodschap die Christus zelf is, onze Redder: “Hem zij eer en eeuwige macht. Amen” (1 Tim 6,16).

Radio Maria Podcast
Radio Maria Podcast
Toespraak van de paus tot de jongeren over de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs
Loading
/

Een reactie achterlaten