Dierbare broeders en zusters,
ik dank God voor de genade die mij geschonken wordt om hier, op deze Place de la Concorde, de Eucharistie te vieren. Ja, hoe goed en hoe heerlijk is het voor broeders en zusters om samen te komen (vgl. Ps 132,1), om de grootheid van God te verheerlijken. Moge mijn aanwezigheid in jullie midden jullie geloof bevestigen en jullie aanmoedigen om het leven, de vrede en de liefde van onze geliefde Heer Jezus Christus onophoudelijk uit te stralen en door te geven.
“Als iemand dorst heeft, laat hij dan bij Mij komen en drinken” (Joh 7,37). Broeders en zusters, onze dorstige gemeenschap snelt naar Christus, de bron van levend water; dat water dat de dorst lest en het leven doet opbloeien, dat water van Gods liefde, “in onze harten uitgestort door de heilige Geest die ons geschonken is” (Rom 5,5).
Het verlangen naar God woont diep in ons hart, en met de psalmist roepen wij: “Mijn ziel dorst naar God, de levende God” (Ps 41,3)! Het is de roep van een nederige en hartstochtelijke mens, wiens meest innerlijke en existentiĆ«le dorst onophoudelijk groeit. Welnu, het is Jezus Christus die door zijn menswording iedere mens in zijn geschiedenis tegemoetkomt en zich aan hem openbaart als de ware bron van levend water die zijn dorst kan lessen. Het gaat niet zozeer om een materiĆ«le dorst, als wel om een dorst naar zin, naar waarheid en naar voltooiing, die in ieders hart woont. Jezus antwoordt op dit diepe verlangen naar relatie, naar gemeenschap met God, in wie de volheid van het leven voor altijd ligt.
In de eerste lezing zag de profeet Ezechiƫl het water uit de Tempel opwellen en, terwijl het zich in de woestijn verspreidde, alles zuiveren en vruchtbaar maken (vgl. Ez 47,1-2.8-9.12). Later zal de heilige Johannes het water zien stromen uit de doorboorde zijde van Jezus, die de geest geeft (vgl. Joh 19,30-34). Dan kunnen allen zich aan die bron laven om herboren te worden en de gave van de Geest te ontvangen, om kinderen van God te worden, nieuwe schepselen.
Broeders en zusters, we moeten vaststellen dat hier beneden niets ons ten volle kan vervullen. Wanneer we denken dat onze zoektocht eindelijk voltooid is en onze inspanningen beloond zijn, komt de innerlijke leegte vaak terug, nog dieper dan voorheen. Om die leegte te vullen, kan het dan gebeuren dat we nieuwe genoegens zoeken, nieuwe dingen willen bezitten, alles doen om ons te “verstrooien” zodat we dat innerlijke onbehagen niet langer voelen!
De Liturgie van het Woord van vandaag nodigt ons uit ons hart te peilen: wat is onze diepste dorst? Wat zoeken we werkelijk in het leven? We verlangen allemaal naar geluk, naar liefde, naar ontplooiing. Maar aan welke bron proberen we onze dorst te lessen? Nemen we genoegen met materiƫle goederen, met onmiddellijke bevrediging, met de talloze kleine afgoden die gouden bergen beloven maar ons hart leeg laten? Als gedoopten hebben we het levend water ontvangen waarover het Evangelie spreekt, maar hebben we Christus werkelijk persoonlijk ontmoet? De mens is in wezen een wezen van verlangen, en alleen God kan de innerlijke leegte vullen. Ja, broeders en zusters, Jezus Christus, de Goede Herder, leidt ons, zoals de herder zijn schapen leidt, naar de bron van geluk en vrede. Hij kent ieder van ons bij naam. Niets ontgaat Hem van onze geheimen, onze bedoelingen, onze zwakheden. Hij doorgrondt de diepten van ons hart. Hij heeft zijn leven voor ons gegeven en blijft het geven door de sacramenten. Hij draagt de vermoeide of gewonde schapen op zijn schouders en brengt behoedzaam de verdwaalde terug. Jezus openbaart de onvoorwaardelijke liefde van God voor ons. Voor Hem is niemand van ons een nummer op een identiteitskaart of een stamnummer, maar een persoon, een unieke en onvervangbare persoon.
Nu ik jullie hier bijeen zie, broeders en zusters, erfgenamen van een lange en mooie heilsgeschiedenis in Frankrijk, zeg ik jullie: laaf je op jullie beurt aan die bron, het doorboorde Hart van Jezus. Ja, jullie dorsten naar God, naar leven, naar waarheid, naar eenheid, naar vrede, naar gemeenschap, naar geluk. Jullie verlangen ernaar een lichtende horizon te herontdekken, een vernieuwde natie op te bouwen vanuit haar wortels, die door het geloof bevloeid worden. Houd dit geloof in Jezus Christus niet voor jezelf, maar laat het overvloeien om de mensen die jullie ontmoeten te laven en te vervullen. Het is aan jullie om hoop te brengen waar ontmoediging en geestelijke dorheid heersen.
Door te aanvaarden om in waarheid te leven onder de blik van Jezus, zijn we authentiek en kunnen we met helderheid naar ons leven kijken. Het is weliswaar broos, kwetsbaar en bestemd om door de dood te gaan, maar het is ook wonderlijk, miraculeus, in staat zich te vernieuwen in zijn relaties en zich open te stellen voor de ware liefde.
“Wie in Mij gelooft, [ā¦] uit zijn binnenste zullen stromen van levend water vloeien” (Joh 7,38). Door ons te laven aan de bron die het hart van Christus is, worden wij zelf, zoals Origenes schreef, putten, bronnen en rivieren voor anderen (vgl. Homilie 12,1,2-3). De gelovige die eruit drinkt, wordt door zijn existentiĆ«le band met Christus zelf een bron van leven en deelt datzelfde leven mee aan zijn naaste.
Beste broeders en zusters, het levend water van de Heilige Geest is overvloedig uitgestort en blijft vrucht dragen in de Kerk, door de missionarissen en de getuigen in alle culturen en bij alle volkeren. Het maakt vruchtbaar al wat zich erdoor laat aanraken en omvormen om zijn vrucht voort te brengen, namelijk de heiligheid van hen die de ware God aanbidden en hun broeders en zusters edelmoedig in liefde dienen. In dit mooie land Frankrijk hebben door de eeuwen heen velen zich aan dit levend water gelaafd en hun leven volledig aan het goede gewijd: de eerste martelaren zoals Blandina, Pothinus, Ireneüs; de heilige stichters en stichteressen van religieuze orden; de heilige bisschoppen zoals Martinus en Franciscus van Sales; de mannen en vrouwen met een hart dat gevoelig was voor de noden van hun naasten, zoals Vincentius a Paulo, Frédéric Ozanam, Jeanne Jugan, en zovele anderen. Ook vandaag zijn er velen in onze samenleving, onze parochies en onze verschillende activiteiten die zich blijven inzetten voor het leven, het gezin, de waarheid, de vrede, de broederschap en de gerechtigheid.
Vanuit deze mooie stad Parijs bid ik vurig dat het levend water van de Heilige Geest zich over heel Frankrijk mag uitstorten. Ik denk aan jullie, beste gezinnen, die ondanks de vele moeilijkheden waarmee jullie dagelijks te maken hebben, moedig volharden in jullie zending. Ik dank jullie uit de grond van mijn hart voor al het goede dat door jullie tot stand komt: moge Jezus altijd concreet in jullie midden aanwezig zijn. Ik denk aan jullie, beste jongeren: jullie zijn de Kerk van vandaag. Hoe mooi is het jullie enthousiasme, jullie dynamiek, jullie inzet en jullie vreugde te zien in de christelijke gemeenschappen. Ik denk ook aan jullie, beste catechumenen en neofieten, die de weg van het geloof, de bekering en de christelijke initiatie aanvatten. Mogen jullie aan anderen om jullie heen getuigen van de weg die jullie gaan, en hen aanzetten om op hun beurt vragen te stellen. Moge de gave van de Heilige Geest van jullie levende getuigen maken, bereid om rondom jullie de beschaving van de liefde te verspreiden.
Broeders en zusters, laten we ons wenden tot de Moeder van God, Bron van Heil, zij die ons leven leidt naar haar Zoon, de Bron van alle genade. Door haar vrije en vertrouwvolle “ja” is zij het nederige, door God gewilde schrijn geworden waarin de liefde van de Vader mens werd om zich aan de wereld te geven.
Laten we haar vol vertrouwen aanroepen, opdat door haar voorspraak bronnen van levend water mogen opwellen in het Volk van God en overal in Frankrijk kiemen van geloof, hoop en liefde mogen doen opbloeien.
Amen!




