3 november 2026 ✝ Gedachtenis van de heilige Hubertus

Lezingen



Heilige Hubertus

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1626

Psalmen

1026

Lauden

Hymne

1628

Psalmen

1029

KS

1629

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1033

KS

1035

Vespers

Hymne

1633

Psalmen

1037

KS

1635

Completen

Hymne

682

Psalmen

1206

H. Hubertus

Bisschop

De heilige Hubertus was in het begin van de 8e eeuw bisschop in Maastricht. Grote aandacht schonk hij aan de kerstening van het nog grotendeels heidens gebleven gebied van de Ardennen, waaruit hij vermoedelijk zelf afkomstig was. Hij bracht het lichaam van zijn voorganger, de heilige Lambertus, naar Luik, waar hij definitief de zetel van zijn bisdom vestigde. Hij stierf op 30 mei 727 te Tervuren bij Brussel. Op 3 november 743 vond de verheffing van zijn relieken plaats in de kathedraal van Sint Lambert te Luik, vanwaar zij in 825 naar het klooster van Andage in de Ardennen werden overgebracht. Vanuit deze plaats, later Saint-Hubert geheten, verbreidde zich zijn verering als patroon van de jagers.

Eerste lezing

Fil. 2, 5-11

Broeders en zusters,
Die gezindheid moet onder u heersen welke Christus Jezus bezielde: Hij die bestond in goddelijke majesteit, heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God. Hij heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een slaaf op zich genomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan een kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen is. Opdat bij het noemen van zijn naam zich iedere knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde; en iedere tong zou belijden, tot eer van God de Vader: Jezus Christus is de Heer.

Antwoordpsalm

Ps. 22 (21), 26b-27. 28-30a. 31-32

Refrein:
Voor heel de menigte zal ik U prijzen, Heer.

U dank ik voor het oog van de godvrezenden.
De armen zullen eten en verzadigd worden,
en allen die God zoeken, prijzen Hem,
hun moed zal weer herleven.

Dan zullen alle landen van de aarde
de Heer gedenken en zich tot Hem keren;
en nedervallen zullen voor zijn Aangezicht
de stammen en de volken overal.

Want aan de Heer komt toe het koningschap,
Hij is de heerser over alle naties.
Die rusten in de aarde zullen Hem aanbidden.
Mijn ziel zal voor zijn Aanschijn blijven leven,
mijn nageslacht zal steeds zijn dienaar zijn.

Het zal verhalen van de Heer aan het geslacht dat komt,
van zijn gerechtigheid aan die geboren worden:
dit heeft de Heer gedaan.

Evangelie

Lc. 14, 15-24

In die tijd zei een der tafelgenoten tot Jezus: “Gelukkig al wie zijn maaltijd zal houden in het Rijk Gods.” Hij antwoordde Hem: “Zeker iemand gaf een groot maal en nodigde veel gasten. Op het uur van de maaltijd zond hij zijn dienaar om aan de genodigden te zeggen: Komt, alles is gereed. Maar zij begonnen zich allen opeens te verontschuldigen. De eerste liet hem zeggen: Ik heb een akker gekocht en moet die noodzakelijk gaan bekijken; ik verzoek u mij wel te willen verontschuldigen. Een tweede zei: Ik heb vijf span ossen gekocht en moet ze gaan proberen; ik verzoek u mij wel te willen verontschuldigen. Weer een ander: Ik ben zo pas getrouwd; daarom kan ik niet komen. Bij zijn thuiskomst bracht die dienaar dat alles aan zijn meester over. Nu ontstak de heer des huizes in toorn en beval aan zijn dienaar: Haast je naar de straten en stegen van de stad en breng de armen, gebrekkigen, blinden en kreupelen hier binnen. Toen de dienaar hem zei: Heer, wat gij bevolen hebt is gebeurd en nog is er plaats, droeg de heer zijn dienaar op: Ga naar de wegen en de binnenpaden en nodig de mensen dringend uit binnen te komen, want mijn huis moet vol worden. Ik zeg u: Geen enkel van de mannen die het eerst genodigd waren, zal van mijn feestmaal proeven.”