24 mei 2026 ✝ Hoogfeest van Pinksteren

Lezingen



Hoogfeest van Pinksteren

Evangelielezing

Lezing

Hymne

537

Psalmen

538

Lauden

Hymne

540

Psalmen

780

KS

541

Middaggebed

Hymne

764

Psalmen

784

KS

544

Vespers

Hymne

545

Psalmen

546

KS

547

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

Eerste lezing

Hand. 2, 1-11

Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak, en vulde het hele huis waar zij gezeten waren. Er verschenen hun tongen als van vuur die zich verdeelden en op ieder van hen neerzetten. Zij werden allen vervuld van de Heilige Geest en zij begonnen te spreken in andere talen, naargelang de Geest hun te spreken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen, afkomstig uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liep de menigte te hoop en raakte in de war, want iedereen hoorde hen spreken in zijn eigen taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: “Ziet! Zijn allen die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, de inwoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”

Antwoordpsalm

104 (103), 1ab en 24ac. 29bc-30. 31 en 34 (R. vgl. 30)

R. Zend uw Geest, Heer, en vernieuw het aanschijn van de aarde.
Of: Alleluia.

Zegen de Heer, mijn ziel,
Heer mijn God, Gij zijt zeer groot.
Hoe talrijk zijn uw werken, Heer,
de aarde is vervuld van wat Gij hebt geschapen. R.

Ontneemt Gij hun de geest, zij sterven
en keren tot stof terug.
Zendt Gij uw geest, dan worden zij geschapen
en vernieuwt Gij het aanschijn van de aarde. R.

De glorie van de Heer moge eeuwig duren;
moge de Heer zich verheugen over zijn werken.
Mogen mijn woorden Hem bevallen;
ik vind mijn vreugde in de Heer. R.

Tweede lezing

I Kor. 12, 3b-7. 12-13

Broeders en zusters,
Niemand kan zeggen: “Jezus is de Heer”, tenzij door de Heilige Geest. Er zijn verschillende genadegaven, maar het is dezelfde Geest. Er zijn verschillende bedieningen, maar het is dezelfde Heer. Er zijn verschillende soorten werk, maar het is dezelfde God, die alles in allen bewerkt. Maar aan eenieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen.
Want zoals het lichaam één geheel is, en vele ledematen heeft, en alle ledematen van het lichaam, hoeveel het er ook zijn, één lichaam vormen, zo is het ook met de Christus. Immers, in één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, of we nu Joden zijn of Grieken, slaven of vrijen, allen zijn wij gedrenkt met één Geest.

Evangelie

Joh. 20, 19-23

Toen het avond was op die eerste dag van de week en de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus, ging in hun midden staan en zei hun: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde, toen zij de Heer zagen. Daarop zei Jezus hun opnieuw: “Vrede zij u! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” En na dit gezegd te hebben blies Hij over hen en zei hun: “Ontvangt de Heilige Geest. Van wie gij de zonden vergeeft, hun zijn ze vergeven, van wie gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.”