23 mei 2026 ✝ Zaterdag in de 7e week van Pasen

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

755

Psalmen

1085

Lauden

Hymne

756

Psalmen

1089

KS

532

Middaggebed

Hymne

764

Psalmen

1092

KS

430

Vespers

Hymne

545

Psalmen

534

KS

535

Completen

Hymne

683

Psalmen

1201

Eerste lezing

Hand. 28, 16-20. 30-31

Na aankomst in Rome kreeg Paulus verlof op zichzelf te wonen met de soldaat die hem bewaakte. Drie dagen later ontbood hij de voornaamste Joden bij zich. Toen zij bijeengekomen waren, zei hij tot hen: “Mannen broeders, ofschoon ik niets gedaan heb tegen ons volk of tegen de voorvaderlijke gebruiken, ben ik vanuit Jeruzalem als gevangene uitgeleverd aan de Romeinen. Dezen wilden mij na verhoor in vrijheid stellen omdat ik niets had bedreven waarop de doodstraf stond. Maar omdat de Joden zich hiertegen verzetten zag ik me gedwongen mij op de keizer te beroepen, dit echter niet als had ik enige klacht in te brengen tegen mijn volk. Dat is dus de reden waarom ik verzocht u te mogen zien en u toe te spreken. Het is om de verwachting van Israël dat ik deze ketenen draag.”
Volle twee jaar vertoefde Paulus daar in een eigen huurwoning en ontving allen die bij hem kwamen. Hij predikte het Rijk Gods en gaf onderricht in de leer over de Heer Jezus Christus in alle vrijmoedigheid, zonder enige belemmering.

Antwoordpsalm

Ps. 11 (10), 5, 6, 8

Refrein:
God is rechtvaardig, het recht is Hem lief,
gerechten zullen Hem zien.
Of: Alleluia.

De Heer in zijn heilige tempel,
de Heer, Hij troont in de hemel.
Zijn ogen zien op ons neer,
zijn blikken doorvorsen de mensen.

Goeden en slechten doorziet Hij,
Hij haat wie het onrecht bemint.
Want God is rechtvaardig, het recht is Hem lief,
gerechten zullen Hem zien.

Evangelie

Joh. 21, 20-25

In die tijd, toen Petrus zich omkeerde, zag hij dat de leerling van wie Jezus veel hield, hen volgde; dezelfde die ook bij de maaltijd tegen Jezus’ borst had geleund en had gezegd: Heer, wie is het die U zal overleveren? Toen Petrus hem nu zag, vroeg hij aan Jezus: “Wat dan met hem?” Waarop Jezus hem zei: “Als Ik hem wil laten blijven tot Ik kom, is dat uw zaak? Gij moet Mij volgen!” Zo ontstond onder de broeders het gerucht dat die leerling niet zou sterven. Doch Jezus had hem niet gezegd dat hij niet zou sterven maar: Als Ik hem wil laten blijven tot Ik kom, is dat uw zaak?
Dit is de leerling die van deze dingen getuigt en dit geschreven heeft, en wij weten dat zijn getuigenis waar is. Er zijn nog veel andere dingen die Jezus gedaan heeft. Maar als ze een voor een beschreven worden, dan zou naar mijn mening zelfs de hele wereld te klein zijn voor de boeken die men dan zou moeten schrijven.