Lezing
Hymne
1425
Psalmen
1130
Lauden
Hymne
1426
Psalmen
1133
KS
1427
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
1137
KS
1139
Vespers
Hymne
1427
Psalmen
1140
KS
1428
Completen
Hymne
682
Psalmen
1206
Onze Lieve Vrouw van Smarten
Maria
Daags na het feest van Kruisverheffing herdenken wij de Moeder van Smarten, die onder het kruis stond van haar Zoon. In haar deelgenootschap in Christus’ lijden overwegen wij hoezeer zij betrokken was bij het heilswerk en zien wij tevens het voorbeeld van het leven van de christen naar het woord van Paulus: Indien wij met Hem lijden, zullen wij ook met Hem verheerlijkt worden (Rom 8, 17).
Eerste lezing
1 Kor, 12, 12-14. 27-31a.
Broeders en zusters,
Het menselijke lichaam vormt met zijn vele ledematen één geheel; alle ledematen, hoe vele ook, maken tezamen één lichaam uit. Zo is het ook met de Christus. Wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen, zijn immers in de kracht van een en dezelfde Geest door de doop één enkel lichaam geworden, en allen werden wij gedrenkt met één Geest. Een lichaam bestaat nu eenmaal niet uit één lid. Welnu, gij zijt het lichaam van Christus, en ieder van u is een lid van dit lichaam. Nu heeft God in de kerk allerlei mensen aangesteld: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars; voorts zijn er wonderkrachten, dan gaven van genezing, hulpbetoon, bestuur en velerlei taal. Zijn soms allen apostelen, allen profeten, allen leraars, allen wonderdoeners? Hebben allen gaven van genezing? Spreken allen in vervoering? Kunnen allen uitleg geven? Gij moet naar de hoogste gaven streven.
Antwoordpsalm
Ps. 31 (30), 2-3b. 3c-4. 5-6. 15-16. 20.
Antifoon: Red mij, Heer, door uw genade.
Bij U, Heer, zoek ik mijn toevlucht,
stel mij toch nimmer teleur.
Rechtvaardige God, bevrijd mij,
aanhoor mij en red mij met spoed.
Wees mij een rots waar ik vluchten kan,
een sterke burcht waar ik veilig kan toeven.
Want altijd zijt Gij mijn rots en mijn vesting,
uw Naam is mijn leider en gids.
Het net dat de mensen mij heimelijk spannen
ontkom ik door U die mij altijd beschermt.
Vertrouwvol leg ik mijn geest in uw handen,
Gij zult mij beschermen, getrouwe God.
Toch blijf ik op U vertrouwen, Heer,
steeds zeg ik: Gij zijt mijn God.
Gij hebt mijn lot in uw hand,
bevrijd mij van mijn vervolgers.
Hoe groot zijn uw weldaden, Heer,
die Gij hebt bestemd voor hen die U vrezen.
Gij schenkt ze aan ieder die tot U komt,
voor alle mensen waarneembaar.
Evangelie
Joh. 19, 25-27
In die tijd stonden bij het kruis van Jezus: zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen Jezus de moeder zag en bij haar staande de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot de moeder: “Vrouw, zie uw zoon.” Vervolgens zei Hij tot de leerling: “Zie uw moeder.”
En van dat uur af nam de leerling haar bij zich op.





