14 oktober 2026 ✝ Woensdag in de 28e week door het jaar

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

708

Psalmen

1144

Lauden

Hymne

709

Psalmen

1146

KS

1149

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1150

KS

1153

Vespers

Hymne

710

Psalmen

1154

KS

1156

Completen

Hymne

682

Psalmen

1208

Eerste lezing

Gal. 5, 18-25

Broeders en zusters,
Als ge u door de Geest laat leiden, staat ge niet onder de wet.
De uitingen van zelfzucht zijn bekend genoeg: ontucht, onreinheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, haat, tweespalt, afgunst, driftbuien en intriges, ruzies, partijschappen en jaloersheden, drinkgelagen, uitspattingen en zo meer. Ik waarschuw u zoals ik u al eerder gewaarschuwd heb: wie zich zo misdragen zullen het koninkrijk van God nooit erven.
De vrucht van de Geest daarentegen is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid. Met zulke dingen heeft geen wet iets te maken. En zij die bij Christus Jezus horen, hebben hun zelfzucht gekruisigd met haar hartstochten en begeerten. Daar wij leven door de Geest, willen we ook leven volgens de Geest.

Antwoordpsalm

Ps. 1, 1-2, 3, 4,6

Refrein: Wie U volgt, Heer,
zal het levenslicht bezitten. (cf. Joh. 8, 12).

Gelukkig de man, die weigert te doen
wat goddelozen hem raden,
die niet de wegen der zondaars gaat,
niet zit te midden der spotters,
maar die zijn geluk vindt in ’s Heren wet,
haar dag en nacht overweegt.

Hij is als een boom, aan het water geplant,
die vruchten draagt op zijn tijd,
des zomers verdorren zijn bladeren niet,
maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.

De goddelozen vergaat het zo niet:
de wind blaast hen weg als kaf.
De Heer immers let op de weg der gerechten,
de weg van de zondaars loopt dood.

Evangelie

Lc. 11, 42-46

In die tijd zei Jezus: “Wee u, Farizeeën! Gij betaalt wel tienden van munt en wijnruit en allerlei kruiden, maar bekommert u niet om rechtvaardigheid en liefde tot God. Het ene moet men doen en het andere niet verwaarlozen. Wee u, Farizeeën! Gij zijt belust op de voornaamste zetel in de synagoge en op de begroetingen op de markt. Wee u! Gij zijt gelijk aan onzichtbare graven, waar de mensen overheen wandelen zonder het te weten.”
Hier nam een van de wetgeleerden het woord en zei tot Hem: “Meester, door zo te spreken beledigt Ge ook ons.” Hij antwoordde echter: “Wee ook u, wetgeleerden! Gij legt de mensen haast ondraaglijke lasten op die ge zelf niet met één van uw vingers aanraakt.”