Lezing
Hymne
1677
Psalmen
1627
Lauden
Hymne
1344
Psalmen
780
KS
1658
Middaggebed
Hymne
1344
Psalmen
988
KS
1661
Vespers
Hymne
691
Psalmen
992
KS
995
Completen
Hymne
682
Psalmen
1201
H. Benedictus
Abt en Patroon van Europa
Beschrijving
Eerste lezing
Spr. 2, 1-9
Mijn zoon, als gij mijn woorden aanneemt en mijn geboden zorgvuldig bewaart en uw oor dan spitst op de wijsheid en uw hart naar het inzicht keert, ja, als gij de schranderheid tot u roept en tot het inzicht uw stem verheft, als gij ernaar zoekt als naar zilver en speurt als naar verborgen schatten, dan zult gij de vrees voor de Heer verstaan en vindt gij de kennis van God. De Heer immers geeft de wijsheid; uit zijn mond komen kennis en inzicht. Hij verzekert de voorspoed van de rechtvaardigen en de bescherming van wie onberispelijk leven. Hij behoedt de paden van het recht en beschermt de weg van zijn getrouwen. Dan zult gij gerechtigheid verstaan en recht, rechtschapenheid en alle goede wegen.
Antwoordpsalm
Ps. 34 (33), 2-3, 4 en 6, 9 en 12, 14-15
Refrein: De Heer zal ik prijzen iedere dag.
De Heer zal ik prijzen iedere dag,
zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Mijn geest is fier op de gunst van de Heer,
laat elk die het hoort zich verheugen.
Verheerlijkt de Heer te zamen met mij
en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren.
Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig,
want Hij stelt u niet teleur.
Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is,
gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.
Komt, kinderen, luistert naar wat ik u zeg;
ik leer u de Heer te vrezen.
Weerhoud dan uw tong van boosaardige taal,
uw lippen van leugenachtige woorden.
Vermijd dan het kwade en doe slechts wat goed is,
streef altijd naar vrede en laat die niet los.
Evangelie
Mt. 19, 27-29
In die tijd zei Petrus tot Jezus: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen. Wat zullen wij dus krijgen?” Jezus sprak tot hen: “Voorwaar Ik zeg u: bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon zal gezeten zijn op de troon van zijn heerlijkheid, zult ook gij die Mij gevolgd zijt, gezeten zijn op twaalf tronen en heersen over de twaalf stammen van Israël. En ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn Naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen.”





