
Eerste dag van de schepping: dag en nacht – Gen 1, 4-5
En God zag dat het licht goed was. God scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde God dag, en de duisternis noemde Hij

En God zag dat het licht goed was. God scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde God dag, en de duisternis noemde Hij
In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de Geest van

Zij kwamen in Kafarnaüm en, eenmaal thuis, ondervroeg Hij hen: “Waar hebt ge onderweg over getwist?” Maar zij zwegen, want zij hadden onderweg een woordenwisseling

Slaven, aanvaardt met gepaste onderwerping het gezag van uw meesters, niet alleen als zij goed en vriendelijk, ook als zij lastig zijn. Want met God

Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en ge zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt, verkrijgt; wie zoekt, vindt

Dit is de boodschap, waarmee de profeet Habakuk in een visioen werd belast. Hoe lang moet ik nog roepen, Jahwe, terwijl Gij maar niet luistert?

De mannen van de stad zeiden tot Elisa:`De ligging van deze stad is fraai, zoals mijn heer zelf kan zien, maar het water is slecht

Nu zond Jahwe een grote vis om Jona te verzwelgen. En Jona was in de buik van de vis, drie dagen en drie nachten. En

Maar Jahwe smeet hevige wind op de zee en er brak op de zee zo een hevige storm los, dat het schip dreigde te breken.

Het woord van Jahwe werd gericht tot Jona, de zoon van Amittai: ‘Sta op, ga naar Nineve, de grote stad Nineve, en zeg haar aan,