Lezing
Hymne
720
Psalmen
1085
Lauden
Hymne
721
Psalmen
1089
KS
1091
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
1092
KS
1095
Vespers
Hymne
691
Psalmen
1096
KS
1098
Completen
Hymne
682
Psalmen
1201
Eerste lezing
Gal. 3, 22-29
Broeders en zusters,
De Schrift heeft de hele mensheid onderworpen aan de macht der zonde, zodat zij die geloven in Jezus Christus, delen in de belofte, en wel op grond van hun geloof.
Voordat het geloof kwam waren wij opgesloten onder bewaking van de wet, in afwachting van het geloof dat nog geopenbaard moest worden. De wet is dus voor ons een soort oppasser geweest totdat Christus zou komen en wij door het geloof vrij zouden worden. Maar het geloof is gekomen en de taak van de oppasser is afgelopen.
Want gij zijt allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. De doop heeft u allen met Christus verenigd, gij hebt Hem aangetrokken als een kleed. Er is nu geen sprake meer van Jood of heiden, slaaf of vrije, man of vrouw; allen te zamen vormt gij één persoon in Christus Jezus. Maar als gij bij Christus hoort, dan zijt ge ook Abrahams ‘nageslacht’, en dus erfgenamen krachtens de belofte.
Antwoordpsalm
Ps. 105 (104), 2-3, 4-5, 6-7
Refrein:
Voor eeuwig blijft Gods verbond van kracht.
Of:
Alleluia.
Bezingt Hem en tokkelt de snaren voor Hem,
verhaalt al zijn wondere werken.
Gaat groot op de heilige Naam van de Heer,
verheugt u, gij die Hem aanhangt.
Verlaat u op Hem, op zijn machtige arm,
blijft altijd zijn Aanschijn zoeken.
Vergeet nooit de wonderen die Hij deed,
zijn tekenen en zijn beloften.
Gij, kroost van zijn dienaar Abraham,
gij, zonen van Jakob, zijn welbeminde.
De Heer, Hij is onze enige God,
wat Hij beslist geldt voor heel de aarde.
Evangelie
Lc. 11, 27-28
In die tijd was Jezus aan het spreken. Toen verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: “Gelukkig de schoot die U gedragen heeft en de borsten die U hebben gevoed.” Maar Hij sprak: “Veeleer gelukkig die naar het woord van God luisteren en het onderhouden.”





