9 november 2026 ✝ Feest van de kerkwijding van de Basiliek van Sint-Jan van Lateranen

Lezingen



Basiliek van Sint-Jan van Lateranen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1539

Psalmen

1539

Lauden

Hymne

1542

Psalmen

780

KS

1543

Middaggebed

Hymne

1542

Psalmen

1122

KS

1545

Vespers

Hymne

1546

Psalmen

1547

KS

1550

Completen

Hymne

682

Psalmen

1205

Kerkwijding van de Basiliek van Sint-Jan van Lateranen

De verjaardag van de inwijding van de door keizer Constantijn gebouwde Lateraanse basiliek wordt sedert de 12e eeuw op deze dag gevierd. Deze herdenking was aanvankelijk beperkt tot de stad Rome; later werd zij – ter ere van de basiliek die moeder en hoofd van alle kerken in Rome en in de gehele wereld wordt genoemd – over de gehele Romeinse ritus uitgebreid, als een teken van liefdevolle verbondenheid met de Stoel van Petrus waarop degene zetelt die – naar het woord van de heilige Ignatius van Antiochië – het hoofd is van de gehele liefdesbond.

Eerste lezing

Ez. 47, 1-2. 8-9. 12

In die dagen
bracht een engel mij terug naar de ingang van het huis van de Heer. En daar zag ik onder de drempel van het huis water opwellen en in oostelijke richting stromen; de voorzijde van de tempel lag immers op het oosten. Het water stroomde onder de rechterzijwand van de tempel door, zuidelijk langs het altaar. Hij leidde mij door de noordpoort buitenom naar de oostelijke buitenpoort en aan de rechterzijde daarvan kwam het water weer tevoorschijn.
En de engel zei tot mij: “Dit water stroomt door het oostelijk deel van het land naar de Áraba, mondt uit in de Zoutzee en maakt het water gezond. De rivier brengt leven, overal waar hij stroomt; het wemelt er van dieren. De zee zit vol vis, want de rivier die erin uitmondt, maakt het water gezond. Overal waar hij stroomt, is volop leven.
Aan beide oevers van de rivier groeien allerlei vruchtbomen; hun bladeren verdorren niet en ze zijn nooit zonder vruchten. Elke maand dragen ze nieuwe vruchten, omdat het water dat ze voedt, uit het heiligdom komt. De vruchten zijn eetbaar en de bladeren hebben geneeskracht.”

Antwoordpsalm

Ps. 46 (45), 2-3. 5-6. 8-9 (R. 5)

R. Een wijdvertakte rivier brengt vreugde in de stad van God,
woonplaats en heiligdom van de Allerhoogste.

God is onze toevlucht en vesting,
bij uitstek onze helper in de nood:
al beeft de aarde, wij kennen geen angst,
al storten de bergen in het midden van de zee. R.

Een wijdvertakte rivier brengt vreugde in de stad van God,
woonplaats en heiligdom van de Allerhoogste.
God is in haar midden, zij stort niet in,
want God zal haar helpen zodra het ochtendlicht daagt. R.

Met ons is de Heer van de machten,
de God van Jakob is onze toevlucht.
Komt en ziet de werken van de Heer,
ontstellend is wat Hij op aarde doet. R.

Tweede lezing

I Kor. 3, 9b-11. 16-17

Broeders en zusters,
Gij zijt Gods bouwwerk. Volgens de genade van God die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd en een ander bouwt erop voort. Maar laat iedereen toezien hoe hij daarop bouwt. Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat er reeds ligt, namelijk Jezus Christus.
Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont? Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten. Want de tempel van God is heilig, en die tempel zijt gij.

Evangelie

Joh. 2, 13-22

Toen het paasfeest van de Joden nabij was, ging Jezus op naar Jeruzalem. In de tempel trof Hij de verkopers aan van runderen, schapen en duiven en de geldwisselaars, die daar zaten. Hij maakte van touwen een gesel, dreef ze allemaal uit de tempel, ook de schapen en de runderen; het kleingeld van de wisselaars smeet Hij in het rond en de tafels gooide Hij omver. En tot de duivenhandelaars zei Hij: “Haalt dit alles hier weg! Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal!” Zijn leerlingen herinnerden zich dat er geschreven staat: “De ijver voor uw huis zal mij verteren.” De Joden richtten zich tot Hem met de woorden: “Wat voor teken laat Gij ons zien, dat Gij dit doen moogt?” Jezus antwoordde hun: “Breekt deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.” De Joden zeiden: “Zesenveertig jaar is aan deze tempel gebouwd; en Gij zult hem in drie dagen doen herrijzen?” Hij echter sprak over de tempel van zijn lichaam. Toen Hij dan ook verrezen was uit de doden, herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden in de Schrift en in het woord dat Jezus gesproken had.