Lezing
Hymne
692
Psalmen
776
Lauden
Hymne
696
Psalmen
780
KS
783
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
784
KS
786
Vespers
Hymne
698
Psalmen
788
KS
791
Completen
Hymne
682
Psalmen
1203
Eerste lezing
Jes. 58, 7-10
Dit zegt de Heer:
“Deel uw brood met de hongerigen, neem arme zwervers op in uw huis; als gij een naakte ziet, kleed hem, en keer u niet af van uw medemensen. Dan breekt uw licht als de dageraad door, uw genezing zal voorspoedig zijn; uw gerechtigheid zal voor u uitgaan, de glorie van de Heer u op de voet volgen. Wanneer gij dan bidt, zal de Heer u verhoren, wanneer gij dan tot Hem roept, zal Hij zeggen: ‘Hier ben Ik!’ Wanneer gij uit uw midden het juk verwijdert, geen vinger bedreigend meer uitsteekt en geen kwaad meer spreekt, wanneer gij uw hart voor de hongerige opent en de mistroostige verzadigt, dan zal uw licht in de duisternis opgaan, dan wordt uw nacht als de middag.”
Antwoordpsalm
Ps. 112 (111), 4-5. 6-7. 8a en 9 (R. 4a)
R. Voor de rechtschapenen daagt licht in het duister.
Of: Alleluia.
Voor de rechtschapenen daagt licht in het duister:
genadig, barmhartig, rechtvaardig.
Het gaat goed met wie belangeloos uitleent
en eerlijk zijn zaken behartigt. R.
De rechtvaardige wankelt nooit:
eeuwig blijft men hem gedenken.
Slechte tijding vreest hij niet,
standvastig blijft hij op de Heer vertrouwen. R.
Zijn hart is onwankelbaar, hij kent geen vrees.
Gul deelt hij aan armen uit.
Aan zijn rechtvaardigheid komt geen einde;
zijn hoorn is hoog opgericht, zijn eer ongeschonden. R.
Tweede lezing
I Kor. 2, 1-5
Toen ik tot u kwam, broeders en zusters, kwam ik niet om u met omhaal van woorden of van wijsheid het mysterie van God te verkondigen. Want ik had mij voorgenomen u geen andere kennis te brengen dan van Jezus Christus, namelijk Degene die gekruisigd is. Ik voelde mij toen zwak, nerveus en heel angstig bij u, en mijn woord en mijn verkondiging steunden niet op overtuigende woorden van wijsheid, maar op het tonen van Geest en kracht, opdat uw geloof niet zou steunen op wijsheid van mensen, maar op de kracht van God.
Evangelie
Mt. 5, 13-16
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Gij zijt het zout van de aarde. Maar als het zout zijn kracht verliest, waarmee zal men het dan zouten? Het deugt nergens meer voor dan om naar buiten geworpen en door de mensen vertrapt te worden. Gij zijt het licht van de wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt! Men steekt toch ook niet een lamp aan om haar onder de korenmaat te zetten, maar men plaatst haar op de lampenstandaard, zodat ze schijnt voor allen die in huis zijn. Zo moet ook uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.”





