Lezing
Hymne
716
Psalmen
962
Lauden
Hymne
717
Psalmen
965
KS
968
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
969
KS
972
Vespers
Hymne
718
Psalmen
973
KS
975
Completen
Hymne
682
Psalmen
1211
Eerste lezing
Nah. 2, 1. 3; 3, 1-3. 6-7
Zie, op de bergen gaan de voeten van de vreugdebode die vrede meldt! Vier, Juda, uw feesten, volbreng uw geloften! Nooit meer zal de boosdoener door u heen trekken: hij wordt volkomen vernietigd. Voorwaar, de Heer herstelt de glorie van Jakob, ja, de glorie van Israël, omdat rovers hen hebben beroofd en hun wijnranken hebben vernield. Wee de bloedstad, een en al leugen, volgepropt met prooi, die stad die het roven nooit staakte! Hoor! Zweepslagen! Hoor! Gedender van wielen, rennende paarden, ratelende wagens, ruiters op galopperende paarden, vlammende zwaarden, flitsende lansen, gewonden bij hopen, stapels doden: er is geen eind aan de lijken; men struikelt erover. Ik begooi u met vuilnis, Ik zet u voor gek en maak een kijkspel van u. Dan zal iedereen die u ziet van u weglopen en zeggen: “Nineve is neergeslagen.” Wie is daar rouwig om? Waar zou ik troosters voor u moeten zoeken?
Antwoordpsalm
Deut. 32, 35cd-36ab, 39abcd, 41
Refrein:
Ik dood en maak levend, Ik sla en genees.
De dag van hun ondergang komt al nader,
nabij is het treurige lot dat hen wacht.
De Heer staat borg voor het recht van zijn volk,
Hij zal zich ontfermen over zijn dienaars.
Let op: hier ben Ik, hier sta Ik alleen,
naast Mij bestaan er geen goden.
Ik dood en maak levend, Ik sla en genees.
Wanneer Ik mijn bliksemend zwaard heb gewet,
mijn hand gereed is de straf te voltrekken;
dan daalt mijn wraak op mijn vijanden neer,
dan zal Ik hen, die Mij haten, vergelden.
Evangelie
Mt. 16, 24-28
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden. Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als dit ten koste gaat van eigen leven? Of wat zal een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven? Want de Mensenzoon zal komen in de heerlijkheid van zijn Vader, vergezeld van zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden. Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn er onder de hier aanwezigen, die de dood niet zullen ervaren voordat zij de Mensenzoon zullen zien komen in zijn koninklijke macht.”





