29 augustus 2026 ✝ Gedachtenis van de Marteldood van de Heilige Johannes de Doper

Lezingen



Marteldood van de Heilige Johannes De Doper

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1401

Psalmen

868

Lauden

Hymne

1401

Psalmen

871

KS

1402

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

874

KS

877

Vespers

Hymne

1339

Psalmen

1587

KS

1341

Completen

Hymne

682

Psalmen

1211

Marteldood van de H. Johannes De Doper

Zoals van alle andere heiligen wordt ook van Johannes de Doper de sterfdag gevierd. Daarbij herdenken wij de omstandigheden waaronder de voorloper van de Heer uit dit leven is heengegaan: als slachtoffer van Herodes’ lichtzinnigheid (Mc. 6, 17-29). Zo is Johannes ook in zijn lijden en dood voor Christus uit gegaan. De datum van deze herdenking gaat terug op de inwijding van de kerk, gebouwd boven zijn vermeend graf te Sebaste in Samaria.

Eerste lezing

Jer. 1, 17-19

In die dagen kwam het woord van de Heer tot mij: “Omgord uw lenden; sta op en zeg tot het volk alles wat Ik u opdraag. Laat u door hen niet afschrikken; anders jaag Ik u voor hun ogen de schrik op het lijf. Ikzelf maak u heden tot een versterkte stad, een ijzeren zuil, een koperen muur tegenover het hele land, voor de koningen en edelen van Juda, de priesters en de burgers van het land. Zij zullen u bestrijden, maar niets tegen u vermogen. Want Ik ben bij u om u te redden.” Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm

Ps. 33 (32), 12-13, 18-19, 20-21

Refrein:
Zalig het volk dat de Heer heeft als God,
de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen.

Zalig het volk dat de Heer heeft als God,
de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen.
Hoog uit de hemel schouwt God omlaag,
blikt neer op de zonen der mensen.

Maar het is God, die zijn dienaars bewaakt,
hen die op zijn gunst vertrouwen.
Dat Hij hen redden zal van de dood,
bij hongersnood hen zal voeden.

Daarom vertrouwt ons hart op de Heer,
is Hij ons een schild en een helper.
Daarom is Hij de vreugd van ons hart,
zijn heilige Naam onze toevlucht.

Evangelie

Mc. 6, 17-29

In die tijd had Herodes Johannes laten grijpen en in de gevangenis in boeien geslagen omwille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, want hij had haar tot vrouw genomen. Johannes had immers tot Herodes gezegd: “Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te hebben.” Herodias was daarom op hem gebeten en wilde hem doden, maar zij kreeg geen kans want Herodes had ontzag voor Johannes. Hij wist dat hij een rechtschapen en heilig man was en nam hem in bescherming. Telkens wanneer hij hem gehoord had verkeerde hij in tweestrijd maar toch luisterde hij graag naar hem. Er kwam echter een gunstige dag, toen Herodes bij zijn verjaardag een maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders, zijn hoofdofficieren en de vooraanstaanden van Galilea. De dochter van Herodias trad op met een dans en zij beviel aan Herodes en zijn tafelgenoten. De koning zei tot het meisje: “Vraag me wat je wilt en ik zal het je geven.” En hij bevestigde haar met een eed: “Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven al is het de helft van mijn koninkrijk.” Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: “Wat zou ik vragen?” Deze antwoordde: “Het hoofd van Johannes de Doper.” Zij haastte zich naar binnen, naar de koning en zei hem haar verlangen: “Ik wil dat u mij op staande voet op een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft.” Dit deed de koning leed, maar om zijn eed gestand te doen en ook wegens zijn tafelgenoten wilde hij haar niet afwijzen. Terstond stuurde de koning dus een lijfwacht en gelastte hem het hoofd van Johannes te brengen. De man ging en onthoofdde hem in de gevangenis. Hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje; het meisje gaf het weer aan haar moeder. Toen zijn leerlingen er van gehoord hadden kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.st