Lezing
Hymne
704
Psalmen
914
Lauden
Hymne
705
Psalmen
918
KS
921
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
922
KS
924
Vespers
Hymne
706
Psalmen
926
KS
928
Completen
Hymne
682
Psalmen
1206
Eerste lezing
Ef. 5, 21-33
Broeders en zusters,
Weest elkander onderdanig uit ontzag voor Christus. Vrouwen, weest onderdanig aan uw man als aan de Heer. Want de man is het hoofd van de vrouw zoals Christus het hoofd is van de kerk, Hij die ook de Verlosser is van zijn lichaam; maar zoals de kerk onderdanig is aan Christus, zo moet ook de vrouw haar man in alles onderdanig zijn.
Mannen, hebt uw vrouw lief zoals Christus de kerk heeft liefgehad Hij heeft zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen, haar reinigend door het waterbad met het woord. Hij heeft de kerk tot zich gevoerd als een heerlijke bruid, zonder vlek of rimpel of fout, heilig en onbesmet. Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefhebben zoals ze hun eigen lichaam liefhebben. Wie zijn vrouw bemint, bemint zichzelf. Niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, integendeel, hij voedt en koestert het. En zo doet Christus met de kerk omdat wij ledematen zijn van zijn lichaam. “Daarom zal de man vader en moeder verlaten om zich te hechten aan zijn vrouw en die twee zullen één vlees zijn”. Dit geheim heeft een diepe zin. Ik voor mij betrek het op Christus en de kerk. Hoe dit ook zij, ieder van u moet zijn vrouw beminnen als zichzelf en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.
Antwoordpsalm
Ps. 128 (127), 1-2, 3, 4-5
Refrein: Gelukkig die godvrezend zijt.
Gelukkig die godvrezend zijt,
de weg des Heren gaat.
Gij zult de vrucht van eigen arbeid eten,
tevreden en voorspoedig zult ge zijn.
Uw vrouw daarbinnen in uw huis
is als een rijkbeladen wijnstok.
En als olijventakken rond de stam,
zo staan uw zonen om uw tafel.
Ja, zo wordt elke man gezegend,
die eer geeft aan de Heer.
U zegene de Heer uit Sion;
moogt gij Jeruzalem welvarend zien,
zolang uw dagen duren.
Evangelie
Lc. 13, 18-21
In die tijd zei Jezus: “Waarop gelijkt het Koninkrijk Gods, waarmee zal Ik het vergelijken? Het gelijkt op een mosterdzaadje dat iemand in zijn tuin zaaide; het groeide en werd een grote boom en de vogels uit de lucht nestelden in zijn takken.” Jezus zei ook nog: “Waarmee zal Ik het Rijk Gods vergelijken? Het gelijkt op gist, die een vrouw in drie maten bloem verwerkte totdat deze in hun geheel gegist waren.”





