24 juli 2026 ✝ Vrijdag in de 16e week door het jaar

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

716

Psalmen

1175

Lauden

Hymne

717

Psalmen

1177

KS

1180

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1181

KS

1184

Vespers

Hymne

718

Psalmen

1185

KS

1187

Completen

Hymne

682

Psalmen

1211

Eerste lezing

Jer. 3, 14-17

Zo spreekt de Heer: “Komt terug, afvallige zonen, Ik ben uw meester, Ik haal u uit alle steden en uit alle stammen, en breng u naar Sion. Ik geef u vorsten naar mijn hart, die u regeren met kennis en inzicht. Als ge talrijk wordt in die tijd en sterk aangroeit in het land, – zo luidt de godsspraak van de Heer –, dan wordt er niet meer gezegd: Waar is de Ark van het verbond van de Heer! Ze verdwijnt uit het geheugen, men denkt er zelfs niet meer aan, niemand mist ze, een andere wordt nooit meer gemaakt. In die tijd zal Jeruzalem heten: Troon van de Heer! Alle stammen komen samen bij de naam van de Heer, in Jeruzalem. Niet langer blijven ze hardnekkig in hun boosheid.”

Antwoordpsalm

Jer. 31, 10, 11-12ab, 13

Refrein:
De Heer zal ons behoeden,
zoals een herder zijn kudde hoedt.

Volkeren, hoort dan het woord van de Heer,
geeft er bericht van op verre kusten.
Hij die Israël eens heeft verstrooid
zal het verzamelen, zal het behoeden
zoals een herder zijn kudde hoedt.

Jakob zal worden bevrijd door de Heer,
los uit de greep van hem die het roofde.
Juichend betreden zij Sion weer,
zetten zich neer waar de Heer hen zegent.

Meisjes dansen een vreugdedans,
samen met jongens en grijsaards.
Dan breng Ik vreugde in plaats van rouw,
troost en blijdschap na al hun droefheid.

Evangelie

Mt. 13, 18-23

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Gij dan, luistert naar de gelijkenis van de zaaier: Zo dikwijls iemand het woord van het Koninkrijk wel hoort maar niet begrijpt, komt de boze en rooft weg wat gezaaid ligt in zijn hart; dat is degene die op de weg gezaaid is. Die op rotsachtige plekken werd gezaaid, is hij die het woord hoort en het terstond met blijdschap opneemt: maar hij heeft geen wortel geschoten, hij leeft bij het ogenblik, en als hij omwille van het woord onderdrukt of vervolgd wordt, komt hij onmiddellijk ten val. Die gezaaid werd tussen distels is hij die het woord wel hoort, maar dit wordt door de zorgen van de wereld en de begoocheling van de rijkdom verstikt en zo blijft het zonder vrucht. Maar die in goede aarde werd gezaaid, is hij die het woord hoort en begrijpt, en daarom vrucht draagt: bij de één is de opbrengst honderdvoudig, bij een ander zestigvoudig en bij een ander dertigvoudig.”