Lezing
Hymne
1626
Psalmen
981
Lauden
Hymne
1628
Psalmen
983
KS
1629
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
988
KS
980
Vespers
Hymne
691
Psalmen
992
KS
995
Completen
Hymne
682
Psalmen
1201
H. Franciscus van Sales
bisschop en kerkleraar
In 1567 in Savoie geboren, gaf Franciscus na zijn priesterwijding al zijn krachten aan het herstel van het katholieke geloof in zijn vaderland. Als bisschop van Genève toonde hij zich een ware herder, die door daad en geschrift geestelijkheid en gelovigen tot een diepere geloofsbeleving bracht en voor allen een voorbeeld was. Hij stierf op 28 december 1622 te Lyon en werd op 24 januari 1623 te Annecy begraven.
Eerste lezing
II Sam. 1, 1-4. 11-12. 19. 23-27
In die dagen was David, die teruggekeerd was van zijn overwinning op de Amalekieten, reeds twee dagen in Siklag, toen daar op de derde dag een man aankwam uit het legerkamp van Saul. Hij had zijn kleren gescheurd en aarde op zijn hoofd gestrooid. Bij David gekomen, boog hij zich neer tot op de grond en bracht hem zijn hulde. David vroeg hem: “Waar komt gij vandaan?” Hij antwoordde: “Ik ben ontkomen uit het legerkamp van Israël.” Daarop vroeg David hem: “Wat is er dan gebeurd? Vertel het me.” Hij antwoordde: “Het leger heeft de strijd opgegeven en is op de vlucht geslagen. Velen van het volk zijn gesneuveld; ook Saul en zijn zoon Jonatan zijn dood.” Toen greep David zijn kleed en scheurde het middendoor; dat deden ook al de mannen die bij hem waren. Ze hielden de rouwklacht en weenden en vastten tot de avond over Saul en zijn zoon Jonatan, en over het volk van de Heer, over Israël, omdat zij door het zwaard waren omgekomen. En David sprak: “Uw glorie, Israël, ging op uw hoogten te gronde. Hoe konden zij vallen, die helden?
Saul en Jonatan, zo geliefd, zo schoon, in leven en dood niet gescheiden, sneller dan arenden waren zij, sterker dan leeuwen. Dochters van Israël, treurt over Saul die u kleedde in heerlijk purper en die uw gewaden tooide met goud! Hoe konden zij vallen, die helden? Jonatan ligt op uw hoogten, geveld in het heetst van de strijd. Zwaar drukt mij uw dood, mijn broeder Jonatan: gij waart mij zo lief; uw liefde verrukte mij meer dan de liefde van vrouwen. Hoe konden zij vallen, die helden; hoe konden die wapens vergaan?”
Antwoordpsalm
Ps. 80 (79), 2-3, 5-7
Refrein:
Heer, lach ons weer toe
en wij zullen gered zijn.
Herder van Israël, hoor ons aan,
die Jozef leidt als een kudde;
die troont op de Kerubs, verschijnt met luister
voor Efraïm, Benjamin en Manasse.
Werp uw macht in de strijd,
kom om ons bij te staan.
Hoelang nog toornt Gij, God van de heerscharen,
bij het gebed van uw volk?
Gij hebt het gespijzigd met tranenbrood,
gedrenkt met een vloed van tranen.
Buurvolken twisten om ons bezit,
en vijanden lachen ons uit.
Evangelie
Mc. 3, 20-21
In die tijd ging Jezus naar huis en weer stroomde zoveel volk samen dat zij niet eens gelegenheid hadden om te eten. Toen zijn verwanten dit hoorden trokken zij erop uit om Hem mee te nemen, want men zei dat Hij niet meer bij zijn verstand was.





