22 september 2026 ✝ Dinsdag in de 25e week door het jaar

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

704

Psalmen

806

Lauden

Hymne

705

Psalmen

809

KS

813

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

814

KS

816

Vespers

Hymne

706

Psalmen

817

KS

820

Completen

Hymne

682

Psalmen

1206

Eerste lezing

Spr. 21, 1-6. 10-13

Als een waterloop, zo is het hart van de koning in de hand van de Heer; Hij leidt het waarheen Hij maar wil. Een mens mag menen dat al zijn gangen recht zijn, de Heer weegt toch de harten. Door naar recht en billijkheid te handelen is men de Heer aangenamer dan door offers. Verwaande ogen en een trots hart: de glans van de boosdoeners is de zonde. Het overleg van een ijverig man brengt enkel winst, maar de onbedachtzame vindt niets dan armoe. Schatten, met een leugentong verworven, zijn verwaaiende dampen, valstrikken van de dood. Het hart van de boosdoener haakt naar het kwade en hij kent geen deernis met zijn naaste. Straft men een spotter, dan wordt de onverstandige wijzer; onderricht men een wijze, dan wint hij aan weten. De Rechtvaardige let op het huis van de boosdoener en Hij stort de boosdoener in het verderf. Wie zijn oren sluit voor het hulpgeroep van de arme, zal zelf ook nog eens aan dovemans oren roepen.

Antwoordpsalm

Ps. 119 (118), 1, 27, 30, 34, 35, 44

Refrein:
Leid mij, Heer, langs de paden van uw geboden.

Gelukkig degenen wier levensweg rein is,
die voortgaan volgens de wet van de Heer.

Leid mij op de weg van uw bevelen,
dan zal ik uw daden indachtig zijn.

Ik heb de weg van de trouw gekozen,
ik houd mij aan wat Gij bepaalt.

Geef mij begrip om uw wet na te leven,
om hem te volgen met heel mijn hart.

Leid mij langs de paden van uw geboden,
daar vind ik mijn vreugde in.

Uw wet zal ik altijd trouw onderhouden,
te allen tijde, in eeuwigheid.

Evangelie

Lc. 8, 19-21

In die tijd kwam zijn moeder met zijn broeders bij Jezus, maar vanwege de menigte konden zij Hem niet bereiken. Men liet Hem dus weten: “Uw moeder en uw broeders staan buiten en willen u spreken.” Maar Hij gaf hun ten antwoord: “Mijn moeder en mijn broeders zijn zij die het woord van God horen en er naar handelen.”