Lezing
Hymne
1626
Psalmen
1627
Lauden
Hymne
1628
Psalmen
780
KS
1629
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
874
KS
1632
Vespers
Hymne
691
Psalmen
878
KS
881
Completen
Hymne
682
Psalmen
1201
HH. Cyrillus en Methodius
monnik, bisschop
Cyrillus werd geboren in Thessalonica (het huidige Saloniki in Griekenland) en ontving in Constantinopel een uitstekende wetenschappelijke opleiding. Later vertrok hij met zijn broer Methodius naar Moravië om daar het evangelie te verkondigen. Samen verzorgden zij een Slavische vertaling van de liturgische teksten in zogenaamd Cyrillisch schrift. Tijdens hun verblijf te Rome, waarheen zij geroepen waren, stierf Cyrillus op 14 februari 869. Methodius werd tot bisschop gewijd en vertrok naar Pannonië (Hongarije), waar hij zich onvermoeid wijdde aan het bekeringswerk. Veel had hij te lijden van personen die hem uit naijver bestreden, maar steeds vond hij steun bij de pausen. Hij stierf te Velehrad (in het huidige Tsjechië) op 6 april 885.
Eerste lezing
Hand. 13, 46-49
In die dagen zeiden Paulus en Barnabas tot de Joden: “Tot u moest wel het eerst het woord van God gesproken worden, maar omdat gij het afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig keurt, daarom richten wij ons voortaan tot de heidenen. Want aldus luidt de opdracht van de Heer tot ons: Ik heb u geplaatst als een licht voor de heidenen, opdat gij tot redding zoudt strekken tot aan het uiteinde van de aarde.” Toen de heidenen dit hoorden, waren zij verheugd en verheerlijkten het woord van God, en allen die tot het eeuwig leven waren voorbestemd, namen het geloof aan. Het woord des Heren verbreidde zich door heel die streek.
Antwoordpsalm
PS. 117 (116), 1. 2 (R. Mc. 16, 15)
R. Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.
(of: Alleluia.)
Looft nu de Heer, alle naties der aarde,
huldigt de Heer, alle volken rondom. R.
Omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft;
de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand. R.
Evangelie
Lc. 10, 1-9
In die tijd wees de Heer tweeënzeventig leerlingen aan en zond hen twee aan twee voor zich uit naar alle steden en plaatsen waarheen Hijzelf van plan was te gaan. Hij sprak tot hen: “De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten. Gaat dan, maar zie, Ik zend u als lammeren tussen wolven. Neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel en groet niemand onderweg. Laat in welk huis gij ook binnengaat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis! Woont daar een vredelievend mens, dan zal uw vrede op hem rusten; zo niet, dan zal hij op u terugkeren. Blijft in dat huis en eet en drinkt wat zij u aanbieden; want de arbeider is zijn loon waard. Gaat niet van het ene huis naar het andere. In elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt, eet wat u wordt voorgezet, geneest de zieken die er zijn en zegt tot hen: Het Rijk Gods is u nabij.”





