11 november 2026 ✝ Gedachtenis van de heilige Martinus van Tours

Lezingen



Heilige Martinus van Tours

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1626

Psalmen

1144

Lauden

Hymne

1489

Psalmen

780

KS

1490

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1150

KS

1153

Vespers

Hymne

1489

Psalmen

1634

KS

1491

Completen

Hymne

682

Psalmen

1208

H. Martinus van Tours

Bisschop

Martinus werd omstreeks 316 uit heidense ouders in Pannonië (Hongarije) geboren. Als soldaat ontving hij het doopsel. Later stichtte hij een klooster te Ligugé bij Poitiers, waar hij onder leiding van de heilige Hilarius als monnik leefde. Toen hij priester was geworden, werd hij tot bisschop van Tours gekozen. Hij was het voorbeeld van een goede herder, stichtte nog andere kloosters, onderrichtte zijn priesters en verkondigde het evangelie aan de armen. Hij stierf in 397.

Eerste lezing

Tit. 3, 1-7

Dierbare, Herinner er allen aan dat zij zich moeten onderwerpen aan overheid en gezag. Zij moeten gehoorzamen en bereid zijn alles te doen wat goed is. Zij mogen niemand belasteren en geen ruzie zoeken, zij behoren veeleer vriendelijk te zijn en uiterst zachtmoedig in de omgang met alle mensen, zonder uitzondering. Want ook wij waren eertijds zonder inzicht, ongehoorzaam aan God en onderworpen aan dwaling, slaven van allerlei begeerten en lusten; wij vulden ons leven met boosaardigheid en afgunst, haat vergeldend met haat. Maar de goedheid en mensenliefde van God onze Heiland is op aarde verschenen, en Hij heeft ons gered, niet omdat wij iets goeds gedaan zouden hebben maar alleen omdat Hij barmhartig is. Hij heeft ons gered door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de heilige Geest. Want Hij heeft de Geest overvloedig over ons uitgestort door Christus onze Heiland. Zo zijn wij door zijn genade gerechtvaardigd en erfgenamen geworden van het eeuwige leven waar onze hoop op gericht is.

Antwoordpsalm

Ps. 23 (22), 1-3a, 3b-4, 5, 6

Refrein: De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.

De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort;
Hij laat mij weiden op groene velden.
Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed.

Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden
omwille van zijn Naam.
Al voert mijn weg door donkere kloven,
ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.
Uw stok en uw herdersstaf
geven mij moed en vertrouwen.

Gij nodigt mij aan uw tafel
tot ergernis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker is overvol.

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit,
elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden.

Evangelie

Lc. 17, 11-19

Op zijn reis naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. Toen Hij een dorp binnenging kwamen Hem tien melaatsen tegemoet; zij bleven op een grote afstand staan en riepen luidkeels: “Jezus, Meester, ontferm U over ons!” Hij zag hen en sprak: “Gaat u laten zien aan de priesters.” En onderweg werden ze gereinigd. Een van hen keerde terug toen hij zag dat hij genezen was, en hij verheerlijkte God met luide stem. Vol dankbaarheid wierp hij zich voor Jezus’ voeten neer, en deze man was een Samaritaan. Hierop vroeg Jezus: “Zijn niet alle tien gereinigd? Waar zijn dan de negen anderen? Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?” En Hij sprak tot hem: “Sta op en ga heen; uw geloof heeft u gered.”