Lezing
Hymne
1609
Psalmen
1610
Lauden
Hymne
1378
Psalmen
780
KS
1379
Middaggebed
Hymne
1378
Psalmen
1018
KS
1117
Vespers
Hymne
1378
Psalmen
1619
KS
1380
Completen
Hymne
682
Psalmen
1205
H. Laurentius
Diaken en martelaar
Als diaken van de kerk van Rome stierf Laurentius tijdens de vervolging onder Valerianus, vier dagen na paus Sixtus II en zijn vier medediakens. Zijn graf bevindt zich bij de Via Tiburtina op de Ager Veranus, waar Constantijn de Grote een basiliek oprichtte. Reeds in de vierde eeuw was zijn verering in de gehele kerk verbreid.
Eerste lezing
II Kor. 9, 6-10
Broeders en zusters,
Bedenkt: wie karig zaait zal karig oogsten; wie overvloedig zaait zal overvloedig oogsten. Laat ieder wat hij in zijn hart besloten heeft ten uitvoer brengen, zonder pijn en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever. En God heeft de macht u met alle gaven te overstelpen zodat gij, altijd in alle opzichten van al het nodige voorzien, nog ruimschoots overhoudt voor elk goed werk. Zo staat er ook geschreven: “Hij heeft overvloedig gegeven aan de armen, zijn milddadigheid zal immer blijven.” Hij die de zaaier zaad verschaft en voedsel om te eten, zal ook u zaaigoed verschaffen en het vermenigvuldigen en de oogst van uw milddadigheid doen gedijen.
Antwoordpsalm
Ps. 112 (111), 1-2, 5-6, 7-8, 9
Refrein:
Goed gaat het de mens die weggeeft en leent.
Gelukkig de mens die ontzag heeft voor God,
die vreugde vindt in zijn geboden.
Zijn kroost zal machtig zijn in het land,
gezegend zal zijn het geslacht van de vrome.
Goed gaat het de mens die weggeeft en leent,
die eerlijk zijn zaken behartigt.
In eeuwigheid staat de rechtvaardige sterk,
men blijft hem voor eeuwig gedenken.
Voor slechte tijding is hij niet bang,
hij blijft ongeschokt op de Heer vertrouwen.
Standvastig en zonder vrees zet hij door
tot hij op zijn vijanden neerziet.
Met mildheid deelt hij aan armen uit,
hij zal zijn gerechtigheid nooit verliezen.
Zijn macht en zijn aanzien vermeerderen steeds;
de zondaar zal het met afgunst aanschouwen.
Evangelie
Joh. 12, 24-26
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt blijft hij alleen; maar als hij sterft brengt hij veel vrucht voort. Wie zijn leven bemint verliest het; maar wie zijn leven in deze wereld haat zal het ten eeuwigen leven bewaren. Wil iemand Mij dienen dan moet hij Mij volgen; waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Als iemand Mij dient zal de Vader hem eren.”




