Lezing
Hymne
693
Psalmen
883
Lauden
Hymne
697
Psalmen
887
KS
890
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
891
KS
893
Vespers
Hymne
699
Psalmen
895
KS
895
Completen
Hymne
682
Psalmen
1203
Eerste lezing
Jes. 56, 1. 6-7
Zo spreekt God de Heer: “Onderhoudt het recht en doet wat rechtvaardig is, want mijn heil is in aantocht, mijn gerechtigheid zal zich openbaren. De vreemdelingen die zich bij de Heer aansluiten om Hem te dienen, die zijn naam met liefde vereren en zijn dienaren willen zijn, allen die de sabbat onderhouden en hem niet onteren, die trouw blijven aan mijn verbond, hen breng Ik naar mijn heilige berg en Ik geef hun vreugde in mijn huis van gebed. Hun brand- en slachtoffers zullen Mij aangenaam zijn op mijn altaar, want mijn huis zal worden genoemd een huis van gebed voor alle volken.”
Antwoordpsalm
Ps. 18 (17), 2-3a. 3bc-4. 47 en 51ab (R. 2)
R. Ik heb U lief, Heer, mijn kracht.
Ik heb U lief, Heer, mijn kracht,
Heer, mijn rots, mijn vesting
en mijn bevrijder. R.
Mijn God, steenrots waarop ik vlucht,
mijn schild, hoorn van mijn heil, mijn burcht.
Hij zij geprezen! Ik roep tot de Heer
en ik word van mijn vijand bevrijd. R.
De Heer leeft, gezegend is mijn steenrots,
verheven is God die mij redt.
Grote triomfen schenkt Hij zijn koning,
Hij bewijst barmhartigheid aan zijn gezalfde. R.
Tweede lezing
I Petr. 2, 4-9
Dierbaren,
Treedt toe tot de Heer, de levende steen, door de mensen verworpen, maar uitverkoren en kostbaar in het oog van God. Laat ook uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel. Draagt als een heilige priesterschap geestelijke offers op, die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus. Daarom staat er in de Schrift: “Ik leg in Sion een steen, een uitverkoren, kostbare hoeksteen. En wie op Hem vertrouwt, zal niet worden teleurgesteld.” Kostbaar, dat geldt voor u die gelooft. Maar voor de ongelovigen geldt: “De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd, die is de hoeksteen geworden,” maar ook: “een steen waaraan zij zich stoten, een rots waarover zij struikelen”’ Zij stoten zich, omdat zij het woord weigeren te gehoorzamen; en daartoe waren zij ook bestemd. Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijke priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk, bestemd om de roemruchte daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht.
Evangelie
Joh. 10, 22-30
In die tijd werd te Jeruzalem het feest van de tempelwijding gevierd. Het was winter en Jezus hield zich op in de tempel, in de Zuilengang van Salomo. De Joden kwamen in een kring om Hem heen staan en zeiden tot Hem: “Hoelang houdt Gij ons nog in spanning? Als Gij de Messias zijt zeg het ons dan ronduit.” Jezus gaf hun ten antwoord: “Ik heb het u gezegd maar gij gelooft het niet. De werken die Ik in naam van mijn Vader doe, zij leggen getuigenis over Mij af. Maar gij gelooft niet, omdat gij niet tot mijn schapen behoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. Ik geef hun eeuwig leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij wegroven. Mijn Vader immers die ze Mij gegeven heeft is groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven. Ik en de Vader, Wij zijn één.”





