Lezing
Hymne
1626
Psalmen
792
Lauden
Hymne
1628
Psalmen
795
KS
1629
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
799
KS
1632
Vespers
Hymne
1633
Psalmen
803
KS
1635
Completen
Hymne
682
Psalmen
1205
H. Paulus van het Kruis
Priester
Paulus werd geboren in 1694 te Ovada in Ligurië (Italië). Als jongeman was hij zijn vader behulpzaam in de handel, maar na enige tijd voelde hij zich geroepen tot een hoger levensideaal. Hij deed afstand van zijn bezit, bood zijn diensten aan hulpbehoevenden, armen en zieken aan en wist een aantal volgelingen rond zich te verzamelen. Na zijn priesterwijding gold zijn inspanning hoe langer hoe meer het eeuwig heil van de mensen. Hij ontplooide een grote apostolische werkzaamheid, stichtte tehuizen en legde zich zware boetedoeningen op. Hij stierf te Rome op 18 oktober 1775.
Eerste lezing
Ef. 2, 1-10
Broeders en zusters,
Gij waart dood door uw afdwalingen en uw zonden waarin gij eertijds hebt geleefd volgens de god van deze wereld, de heerser over het machtsgebied van de lucht, de geest die nog altijd aan het werk is onder de weerspannigen. Trouwens, ook wij allen, zonder uitzondering hebben vroeger tot hen behoord, toen wij ons leven lieten beheersen door zondige begeerten en deden wat onze zelfzucht en onze boze neigingen van ons wilden. Uit onszelf waren wij een voorwerp van Gods toorn, evenzeer als de anderen. Maar God die rijk is aan erbarming, heeft wegens de grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons met Christus ten leven gewekt hoewel wij dood waren door onze zonden; aan zijn genade dankt gij uw redding. Hij heeft ons samen met Hem doen opstaan en zetelen in de hemelen, in Christus Jezus, om de naderbij komende eeuwen de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus. Ja, aan die genade dankt gij uw heil, door het geloof; niet aan uzelf: Gods gave is het; niet aan uw prestaties, niemand mag zich verhovaardigen. Gods werk zijn wij, geschapen in Christus Jezus om in ons leven de goede daden te realiseren
Antwoordpsalm
Ps. 100 (99), 2, 3, 4, 5
Refrein:
Wij zijn de kudde van de Heer, zijn volk.
Juicht voor de Heer, alle landen,
dient met blijdschap de Heer.
Treedt onbezorgd voor zijn Aanschijn;
waarlijk, de Heer is God.
Hij is de Schepper en Meester,
wij zijn kudde, zijn volk.
Trekt met een lied door zijn poorten,
komt in zijn voorhof met zang.
Zegent zijn Naam en eert Hem,
Hij is ons goed gezind.
Eindeloos is zijn erbarmen,
trouw van geslacht op geslacht.
Evangelie
Lc. 12, 13-21
In die tijd zei iemand uit het volk tegen Jezus:
“Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt.”
Maar Jezus antwoordde hem:
“Man, wie heeft Mij over u tot rechter of verdeler aangesteld?”
En Hij sprak tot hem:
“Pas op en wacht u voor alle hebzucht!
Want geen enkel bezit – al is dit nog zo overvloedig –
kan uw leven veilig stellen.”
Hij vertelde hun de volgende gelijkenis:
“Het land van een rijk man had een grote oogst opgeleverd.
Daarom overlegde deze bij zichzelf:
Wat moet ik doen?
Ik heb geen ruimte om mijn oogst te bergen.
En hij zei:
Dit ga ik doen,
ik breek mijn schuren af en bouw grotere,
daarin zal ik dan heel mijn rijkdom aan koren bergen.
Dan zal ik tot mijzelf zeggen:
Man, je hebt een grote rijkdom liggen, voor lange jaren;
rust nu uit,
eet en drink en geniet ervan!
Maar God sprak tot hem:
Dwaas!
Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen;
en al die voorzieningen, die je getroffen hebt,
voor wie zijn die dan?
Zo gaat het met iemand, die schatten vergaart voor zichzelf,
maar niet rijk is bij God.”





