Lezing
Hymne
1644
Psalmen
962
Lauden
Hymne
1647
Psalmen
965
KS
1648
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
969
KS
972
Vespers
Hymne
1652
Psalmen
973
KS
1653
Completen
Hymne
682
Psalmen
1209
H. Teresia van het Kind Jezus
Maagd en Kerklerares
Thérèse Martin werd in 1873 te Alençon in Frankrijk geboren. Op zeer jonge leeftijd trad zij in het klooster van de karmelietessen te Lisieux. Bescheidenheid, evangelische eenvoud en godsvertrouwen kenmerkten haar persoon. Als novicenmeesteres trachtte zij anderen door woord en voorbeeld een dergelijke levenswijze te leren. Zij bood God haar leven aan voor het geestelijk welzijn van de mensheid en voor de uitbreiding van de kerk. Zij stierf op 30 september 1897.
Eerste lezing
Job 19, 21-27
In die dagen sprak Job aldus: “Vrienden, hebt medelijden met mij want de hand van God heeft mij geslagen. Waarom mij vervolgen zoals God? Waarom mijn vege lijf niet met rust gelaten? Ach, werden mijn woorden maar opgetekend, ergens in vastgelegd, door een ijzeren stift in een rotssteen gedreven met lood gevuld – tot blijvend getuigenis. Want ik weet: ik ben er zeker van: mijn verdediger leeft, op het laatst zal hij de arena binnentreden. En al ben ik nog zo geschonden, ik zal God zien vanuit dit lichaam. Aan mijn zijde zal ik Hem zien, met eigen ogen; ik sterf haast van verlangen.”
Antwoordpsalm
Ps. 27 (26), 7-8b, 9abc, 13-14
Refrein: Ik reken er op nog tijdens mijn leven
de weldaden van de Heer te ervaren.
Wil luisteren, Heer, naar mijn roepende stem,
heb medelijden en wil mij verhoren.
Tot U spreekt mijn hart, naar U zie ik op,
uw Aanschijn, Heer, tracht ik te zien.
Wil uw gelaat niet verbergen voor mij,
verstoot mij, uw dienaar, niet in uw gramschap,
want Gij zijt mijn helper, verjaag mij dus niet.
Ik reken er op nog tijdens mijn leven
de weldaden van de Heer te ervaren.
Zie uit naar de Heer en houd dapper stand,
wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.
Evangelie
Lc. 10, 1-12
In die tijd wees de Heer tweeënzeventig anderen aan en zond hen twee aan twee voor zich uit naar alle steden en plaatsen waarheen Hijzelf van plan was te gaan. Hij sprak tot hen: “De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten. Gaat dan, maar zie, Ik zend u als lammeren tussen wolven. Neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel en groet niemand onderweg. Laat in welk huis gij ook binnengaat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis! Woont daar een vredelievend mens dan zal uw vrede op hem rusten; zo niet, dan zal hij op u terugkeren. Blijft in dat huis en eet en drinkt wat zij u aanbieden; want de arbeider is zijn loon waard. Gaat niet van het ene huis naar het andere. In elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt, eet wat u wordt voorgezet, geneest de zieken die er zijn en zegt tot hen: Het Rijk Gods is u nabij. In elke stad waar ge binnengaat en niet ontvangen wordt, trekt daar door de straten en zegt; Zelfs het stof uit uw stad dat aan onze voeten kleeft schudden wij tegen u af. Maar weet dit wel: Het Rijk Gods is nabij. Ik zeg u: Op die dag zal het voor de mensen van Sodom draaglijker zijn dan voor die stad.”





