Lezing
Hymne
693
Psalmen
883
Lauden
Hymne
697
Psalmen
887
KS
890
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
891
KS
893
Vespers
Hymne
699
Psalmen
895
KS
895
Completen
Hymne
682
Psalmen
1203
Eerste lezing
Ez. 18, 25-28
Dit zegt de Heer:
“Gij beweert: ‘De weg van de Heer is niet recht!’ Luistert toch, huis van Israël: Zou mijn weg niet recht zijn? Zijn niet veeleer uw eigen wegen niet recht? Als een rechtvaardige zich van zijn rechtvaardigheid afkeert en kwaad gaat doen, dan zal hij sterven, – sterven om het kwaad dat hij gedaan heeft. En als de goddeloze zich afkeert van de goddeloosheid die hij bewerkt heeft en gaat handelen naar rechtschapenheid en gerechtigheid, dan zal hij in leven blijven. Als hij tot inzicht komt en zich afkeert van de slechte daden die hij gedaan heeft, dan blijft hij zeker leven, hij zal niet sterven.”
Antwoordpsalm
Ps. 25 (24), 4-5. 6-7. 8-9 (R. 6a)
R. Heer, denk aan uw barmhartigheid.
Doe mij uw wegen kennen, Heer;
leer mij uw paden,
wijs mij het spoor van trouw aan U, en onderricht mij;
Gij zijt de God van mijn heil,
op U hoop ik, altijd weer. R.
Heer, denk aan uw barmhartigheid en uw liefde
die van eeuwigheid zijn.
Vergeet mijn zonden en wat ik verkeerd deed in mijn jeugd;
denk aan mij in liefde, Heer,
omwille van uw goedheid. R.
De Heer is goed, de Heer is rechtvaardig,
daarom leert Hij zondaars de weg kennen.
Hij brengt de armen op het rechte spoor,
Hij leert hun zijn weg. R.
Tweede lezing
Fil. 2, 1-11
Broeders en zusters,
Als er iets van vertroosting in Christus is, van liefdevolle bemoediging, als er iets van gemeenschap van Geest is, van hartelijkheid en mededogen, maakt dan mijn vreugde volkomen doordat gij hetzelfde denkt, dezelfde liefde hebt, één van ziel zijt en op hetzelfde bedacht. Geeft niet toe aan twistzucht en verwaandheid, maar acht in nederigheid elkaar hoger dan uzelf. Laat ieder niet alleen oog hebben voor wat van hem is, maar ook voor wat van anderen is. Die gezindheid moet onder u heersen die ook in Christus Jezus is: Hij die bestond in de gestalte van God, heeft zich niet willen vastklampen aan het gelijk-zijn aan God, maar Hij heeft zichzelf ontledigd en de gestalte van een slaaf aangenomen; Hij is aan de mensen gelijk geworden. En toen Hij uiterlijk als mens verscheen, heeft Hij zich vernederd, door gehoorzaam te worden tot de dood, en wel tot de dood aan het kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven elke naam uitgaat, opdat in de naam van Jezus iedere knie zich zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde, en iedere tong zou belijden tot eer van God de Vader: Jezus Christus is de Heer.
Evangelie
Mt. 21, 28-32
In die tijd zei Jezus tot de hogepriesters en oudsten van het volk:
“Wat denkt ge van het volgende? Een man had twee zonen. Hij ging naar de eerste en zei: ‘Zoon, ga vandaag werken in de wijngaard.’ Hij antwoordde: ‘Ik wil niet’, maar later kreeg hij berouw en ging toch. Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Deze antwoordde: ‘Ik ga, heer’, maar hij ging niet. Wie van de twee heeft de wil van de vader gedaan?” Zij zeiden: “De eerste.” Jezus zei hun: “Amen, Ik zeg u: de tollenaars en de publieke vrouwen gaan vóór u het Koninkrijk Gods binnen. Immers, Johannes kwam tot u met een weg van gerechtigheid en gij hebt hem niet geloofd, maar de tollenaars en de publieke vrouwen geloofden hem wel. Hoewel gij het gezien hebt, hebt gij later geen berouw getoond en hebt gij hem niet geloofd.”





