14 september 2026 ✝ Feest van de Kruisverheffing

Lezingen



Kruisverheffing

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1417

Psalmen

1414

Lauden

Hymne

1417

Psalmen

780

KS

1418

Middaggebed

Hymne

1417

Psalmen

1122

KS

1420

Vespers

Hymne

1420

Psalmen

1421

KS

1423

Completen

Hymne

682

Psalmen

1205

Kruisheffing

Op deze feestdag van het kruis van de Heer gaan onze gedachten uit naar Calvarië, waar Christus’ voorzegging werd vervuld: De Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben (Joh. 3, 14). Maar deze verheffing is ook het begin van de verheerlijking: na zich vernederd te hebben tot de kruisdood, is Jezus door de Vader hemelhoog verheven. Op deze dag zien wij gelovig op naar de Gekruisigde die alle mensen tot zich trekt. In dit opzien naar het kruis ligt ook de oorsprong van dit feest: aan de viering van de inwijding van de heilig Grafkerk te Jeruzalem (13 september 335) was de plechtigheid verbonden van het tonen van het heilig Kruis, dat ter verering werd opgeheven, zoals thans nog in onze kerken geschiedt op Goede Vrijdag.

Eerste lezing

Num. 21, 4b-9

In die dagen
begon het volk Israël genoeg te krijgen van de reis. Het volk keerde zich tegen God en tegen Mozes: “Waarom hebt gij ons uit Egypte gevoerd, om te sterven in de woestijn? Er is geen brood, er is geen water en dat waardeloze eten staat ons tegen.” Daarop zond de Heer giftige slangen op het volk af. Deze beten het volk en velen van Israël vonden de dood. En het volk kwam naar Mozes en zei: “Wij hebben gezondigd, want wij hebben ons tegen de Heer en tegen u uitgesproken. Bid de Heer, dat Hij die slangen van ons wegneemt.” Toen bad Mozes voor het volk. En de Heer zei tot hem: “Maak zo‘n giftige slang en zet die op een paal. Iedereen die gebeten is en ernaar opziet, zal in leven blijven.” Mozes maakte een bronzen slang en zette die op een paal. Ieder die door een slang was gebeten en opzag naar de bronzen slang, bleef in leven.

Antwoordpsalm

Ps. 78 (77), 1-2. 34-35. 36-37. 38 (R. vgl. 7b)

R. Vergeet nooit wat de Heer heeft gedaan!

Luister, mijn volk, naar wat ik leer,
hoor de woorden van mijn mond:
openen zal ik mijn mond in gelijkenissen,
uitspreken wat van oudsher verborgen is. R.

Toen God sloeg met de dood, zochten zij Hem,
keerden terug op hun schreden en zagen naar Hem uit.
Dan dachten zij weer aan God als hun rots,
aan de Allerhoogste als hun Verlosser. R.

Maar met hun mond bedrogen zij Hem
en bleven Hem met hun tong beliegen.
Hun hart bleef niet aan Hem verknocht,
zij waren niet standvastig in zijn verbond. R.

En de Heer in zijn barmhartigheid,
Hij vergaf de zonde en verdelgde hen niet;
van zijn kwaadheid kwam Hij telkens terug,
Hij wakkerde zijn woede niet aan. R.

Tweede lezing

Fil. 2, 6-11

Christus Jezus die bestond in de gestalte van God, heeft zich niet willen vastklampen aan het gelijk-zijn aan God, maar Hij heeft zichzelf ontledigd en de gestalte van een slaaf aangenomen; Hij is aan de mensen gelijk geworden. En toen Hij uiterlijk als mens verscheen, heeft Hij zich vernederd, door gehoorzaam te worden tot de dood, en wel tot de dood aan het kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven elke naam uitgaat, opdat in de naam van Jezus iedere knie zich zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde, en iedere tong zou belijden tot eer van God de Vader: Jezus Christus is de Heer.

Evangelie

Joh. 3, 13-17

In die tijd zei Jezus tot Nikodémus:
“Niemand is naar de hemel opgegaan, tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald, de Mensenzoon. En zoals Mozes de slang omhoog hief in de woestijn, zo moet de Mensenzoon omhoog worden geheven, opdat ieder die gelooft, in Hem eeuwig leven zal hebben.” Want zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn Eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die gelooft in Hem, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.