8 september 2026 ✝ Feest van Maria Geboorte

Lezingen



Maria Geboorte

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1406

Psalmen

1556

Lauden

Hymne

1406

Psalmen

780

KS

1407

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1033

KS

1406

Vespers

Hymne

1406

Psalmen

1567

KS

1409

Completen

Hymne

682

Psalmen

1206

Maria Geboorte

De geboorte van Maria is een vierenswaardig feit: als zij ter wereld komt die bestemd is om de moeder des Heren te worden, breekt de dageraad van de verlossing aan en is de heilsbelofte, in het paradijs gedaan, haar vervulling nabij. Daarom belijdt de kerk vandaag: Uw geboorte, maagdelijke Moeder van God, heeft vreugde verkondigd aan de gehele wereld, want uit u is opgegaan de Zon van de gerechtigheid, Christus onze God, die de vloek wegnam en zegen bracht, die de dood vernietigde en ons eeuwig leven schonk. (Gezang uit de getijden van de Byzantijnse en de Romeinse liturgie op het feest van Maria Geboorte). De datum 8 september herinnert aan de inwijding van de kerk, gebouwd in Jeruzalem op de plaats van het huis waar Maria geboren is.

Eerste lezing

Mich. 5, 1-4a

Dit zegt de Heer: “Gij, Betlehem Efrata, het kleinste onder Juda’s geslachten, uit u zal geboren worden hij die over Israël moet heersen. In het verre verleden ligt zijn oorsprong, in lang vervlogen dagen.” Daarom zal de Heer hen niet langer overlaten aan hun lot dan tot de tijd dat de moeder haar kind gebaard heeft. Dan komt de rest van zijn broeders weer samen met de zonen van Israël. Dan neemt hij de macht in handen en zal hen hoeden door de kracht van de Heer, door de verheven naam van de Heer zijn God. In veiligheid zullen zij wonen, omdat zijn macht zal reiken tot aan de uiteinden der aarde. Hij zal een man van vrede zijn.

Antwoordpsalm

Ps. 13 (12), 6

Refrein:
Ik zal juichen en jubelen in de Heer. (Jes. 61, 10a)

Ik rekende op uw genade, Heer.
Maak Gij mij door uw bijstand blij van hart,
dan zal ik steeds uw weldaden bezingen.

Evangelie

Mt. 1, 1-16. 18-23 of 18-23

(Geslachtslijst van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham. Abraham was de vader van Isaäk, Isaäk van Jakob, Jakob van Juda en zijn broers; Juda was de vader van Peres en Zerach, die uit Tamar geboren werden; Peres was de vader van Chesron, Chesron van Aram, Aram van Amminadab, Amminadab van Nachson, Nachson van Salmon, Salmon van Boaz, die uit Rachab geboren werd; Boaz was de vader van Obed, geboren uit Ruth; Obed was de vader van Isaï en Isaï van David, de koning. David was de vader van Salomo, die geboren werd uit de vrouw van Uria; Salomo was de vader van Rechabeam, Rechabeam van Abia, Abia van Asa, Asa van Josafat, Josafat van Joram, Joram van Uzzia, Uzzia van Jotam, Jotam van Achaz, Achaz van Hizkia, Hizkia van Manasse, Manasse van Amon, Amon van Josia, Josia van Jechonja en zijn broers, in de tijd van de Babylonische ballingschap. Na de Babylonische ballingschap werd Jechonja de vader van Sealtiël, Sealtiël van Zerubabel, Zerubabel van Abihud, Abihud van Eljakim, Eljakim van Azor, Azor van Sadok, Sadok van Achim, Achim van Eliud, Eliud van Eleazar, Eleazar van Mattan, Mattan van Jakob. Jakob nu was de vader van Jozef, de man van Maria, en uit haar werd geboren Jezus, die Christus genoemd wordt.)
De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze: Toen zijn moeder Maria verloofd was met Jozef bleek zij, voordat ze gingen samenwonen, zwanger van de heilige Geest. Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, dacht hij er over in stilte van haar te scheiden. Terwijl hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer die tot hem sprak: “Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest. Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.”
Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden wat de Heer gesproken heeft door de profeet, die zegt: “Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, en men zal Hem de naam Immanuël geven.” Dat is in vertaling: God met ons.