15 augustus 2026 ✝ Hoogfeest van Maria Tenhemelopneming

Lezingen



Maria Tenhemelopneming

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1384

Psalmen

1556

Lauden

Hymne

1384

Psalmen

780

KS

1385

Middaggebed

Hymne

1384

Psalmen

1215

KS

1387

Vespers

Hymne

1387

Psalmen

1567

KS

1388

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

Maria Tenhemelopneming

De herdenking van het ontslapen of de dood van Maria is tevens de viering van haar verheerlijking: van de opneming van haar persoon in de heerlijkheid bij Christus de Heer. Op deze dag (oorspronkelijk de datum van de inwijding van een Mariakerk in Jeruzalem, dat de plaats zou zijn waar zij uit dit leven is heengegaan) overwegen wij hoe de moeder van de Heer haar Zoon in zijn paasmysterie is gevolgd. Haar is reeds het volmaakte geluk ten deel gevallen dat ons allen wacht als broeders van Christus, die door Maria een mensenlichaam heeft aangenomen. Zo zien wij op dit feest met vreugde uit naar de dag waarop de Heer ook ons aardse lichaam zal herscheppen om het gelijkvormig te maken aan zijn verheerlijkt lichaam en om te voltooien wat Hij begonnen is sinds zijn menswording uit Maria

Eerste lezing

Apok. 11, 19a; 12, 1-6a. 10ab

De tempel van God in de hemel ging open en de ark van zijn verbond werd zichtbaar in zijn tempel.
En er verscheen een groot teken aan de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. Zij was zwanger en schreeuwde in haar weeën en barensnood. Ook verscheen aan de hemel een ander teken: een grote, vuurrode draak. Hij had zeven koppen en tien horens en op zijn koppen zeven diademen. En zijn staart vaagde een derde deel van de sterren van de hemel weg en wierp ze op de aarde. En de draak stond vóór de vrouw die zou baren om zodra zij gebaard had, haar kind te verslinden. En zij baarde een zoon, een mannelijk kind, die alle volken zal weiden met een ijzeren staf. En haar kind werd ijlings weggerukt naar God en zijn troon. En de vrouw vluchtte naar de woestijn waar zij een plaats heeft, door God bereid.
En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: “Nu is gekomen het heil en de macht en het koningschap van onze God en de heerschappij van zijn Gezalfde.”

Antwoordpsalm

Ps. 45 (44), 10. 11. 12. 16 (R. 10b)

R. Rechts van u staat de koningin, in goud uit Ofir gekleed.

Koningsdochters zijn met juwelen omhangen,
en rechts van u staat de koningin, in goud uit Ofir gekleed. R.

Dochter, hoor, kijk om u heen en luister:
vergeet uw volk, het huis van uw vader. R.

Laat de koning uw schoonheid begeren
want hij is uw heer. Buig diep voor hem. R.

Omstuwd door vreugde en gejuich
gaan zij het paleis van de koning binnen. R.

Tweede lezing

I Kor. 15, 20-27a

Broeders en zusters,
Christus is verrezen uit de doden als eersteling van hen die ontslapen zijn. Want omdat door een mens de dood is gekomen, komt ook door een mens de verrijzenis van de doden. Zoals allen immers sterven in Adam, zo zullen ook allen in Christus ten leven worden gewekt. Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eersteling Christus, vervolgens, bij zijn komst, zij die Christus toebehoren; daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader zal overdragen, wanneer Hij alle heerschappij en alle macht en kracht teniet heeft gedaan. Want Hij moet het koningschap uitoefenen, tot Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd. De laatste vijand die vernietigd wordt, is de dood. Immers, alles heeft Hij aan zijn voeten gelegd.

Evangelie

Lc. 1, 39-56

In die dagen stond Maria op en reisde met spoed naar het bergland, naar een stad in Juda. Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabeth. Zodra Elisabeth de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot en Elisabeth werd vervuld met de Heilige Geest. En zij riep met luide stem: “Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot. Waarom overkomt dit mij, dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt? Want zie, zodra de klank van uw groet mijn oren bereikte, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Zalig zij die geloofd heeft dat tot voltooiing zal komen wat haar door de Heer gezegd is.” En Maria zei: “Hoog verheft mijn ziel de Heer. Van vreugde juicht mijn geest om God, mijn Heiland, omdat Hij neerzag op de nederigheid van zijn dienstmaagd. Want zie, van nu af prijzen alle geslachten mij zalig, omdat Hij die machtig is, grote dingen aan mij deed en heilig is zijn Naam. Zijn barmhartigheid geldt van geslacht tot geslacht voor hen die Hem vrezen. Hij doet kracht gelden met zijn arm, trotsen van hart slaat Hij uiteen. Hij haalt machtigen omlaag van hun troon, maar nederigen verheft Hij. Hongerigen vervult Hij met goede gaven, maar rijken zendt Hij heen met lege handen. Zijn dienaar Israël is Hij te hulp gekomen, indachtig zijn barmhartigheid, zoals Hij gesproken had tot onze vaderen, jegens Abraham en zijn nageslacht voor eeuwig.” Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar en keerde naar haar huis terug.