Lezing
Hymne
1626
Psalmen
850
Lauden
Hymne
1628
Psalmen
853
KS
1629
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
858
KS
860
Vespers
Hymne
1633
Psalmen
861
KS
1635
Completen
Hymne
682
Psalmen
1211
H. Ignatius van Loyola
Priester
Ignatius werd in 1491 in Loyola in het Baskenland geboren. Vóór zijn bekering verbleef hij aan het koninklijk hof en was hij in het leger. In Parijs voltooide hij zijn theologische studies en kreeg hij zijn eerste volgelingen die hij later te Rome omvormde tot een religieuze gemeenschap, bekend als het gezelschap van Jezus. Hij oefende een vruchtbaar apostolaat uit door zijn geschriften en door de vorming van leerlingen die zich zeer verdienstelijk maakten voor de kerkelijke vernieuwing. Hij stierf te Rome in het jaar 1556.
Eerste lezing
Jer. 26, 1-9
In het begin van de regering van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, kwam dit woord van de Heer tot Jeremia: “Dit zegt de Heer: Ga naar de tempel van de Heer en zeg in de voorhof tot hen die uit de steden van Juda naar de tempel komen om de Heer te aanbidden, alles wat Ik u opdraag, zonder één woord weg te laten. Misschien luisteren zij en komen ze tot inkeer, zodat Ik spijt krijg over de rampen die Ik tegen hen om hun zondig leven beraamde. Zeg daarom tot hen: Dit zegt de Heer: Als ge niet naar Mij luistert en niet leeft volgens de wet die Ik u heb gegeven, als ge niet luistert naar mijn dienaars, de profeten die Ik telkens weer maar vergeefs, naar u zond, dan doe Ik met dit huis hetzelfde als Ik met Silo gedaan heb, en maak Ik deze stad tot een vloek bij alle volken op aarde.”
De priesters, de profeten en alle aanwezigen hoorden de rede die Jeremia in de tempel hield. Nauwelijks had Jeremia de rede die hij in opdracht van de Heer voor alle aanwezigen hield, beëindigd, of de priesters, de profeten en alle aanwezigen: grepen hem vast en schreeuwden: “Sterven zult ge! Hoe durft ge als profeet van de Heer te zeggen: Deze tempel zal het vergaan als de tempel van Silo en deze stad wordt een puinhoop, zonder bewoners.” En allen stormden tegelijk op Jeremia af in de tempel van de Heer.
Antwoordpsalm
Ps. 69 (68), 5, 8-10,14
Refrein:
Verhoor mij omdat Gij barmhartig zijt, Heer.
Zo talrijk als haar op mijn hoofd
zijn zij die mij zonder grond haten.
Zij die mij kwellen zijn machtig,
zij eisen onrecht van mij.
Zou ik terug moeten geven
wat ik nooit heb geroofd?
Om U heb ik iedere smaad verdragen,
al steeg mij het schaamrood naar het gelaat.
Een vreemdeling werd ik voor mijn verwanten,
mijn eigen broers kennen mij niet meer.
De zorg voor uw huis heeft mij uitgeteerd,
op mij kwam de hoon neer van hen die U honen.
Maar mijn gebed, Heer, richt ik tot U,
nu is het de tijd van genade.
Verhoor mij omdat Gij barmhartig zijt
en trouw in het hulp verlenen.
Evangelie
Mt. 13, 54-58
In die tijd begaf Jezus zich naar zijn vaderstad en onderwees hen in hun synagoge, zodat ze verbaasd zeiden: “Waar heeft Hij die wijsheid vandaan en de macht om wonderen te doen? Is Hij niet de zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broeders Jakobus, Jozef, Simon en Judas? Wonen zijn zusters niet allen bij ons? Waar heeft Hij dat alles vandaan?” En zij namen er aanstoot aan. Maar Jezus sprak tot hen: “Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad en in zijn eigen kring.” En wegens hun ongeloof deed Hij daar niet veel wonderen.





