Lezing
Hymne
692
Psalmen
776
Lauden
Hymne
697
Psalmen
780
KS
783
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
784
KS
786
Vespers
Hymne
698
Psalmen
788
KS
791
Completen
Hymne
682
Psalmen
1203
Eerste lezing
I Kon. 3, 5. 7-12
In die dagen
verscheen de Heer ’s nachts in een droom aan Salomo en zei: “Vraag wat ge wilt, en Ik zal het u geven.” Salomo antwoordde:
“Heer mijn God, Gij hebt uw dienaar tot koning verheven in plaats van mijn vader David, hoewel ik maar een jonge man ben en nog niet weet wat ik doen of laten moet. Zo staat uw dienaar te midden van het volk dat Gij uitverkoren hebt, een groot volk, zo groot dat het niet te tellen ofte schatten is. Geef dus uw dienaar een opmerkzame geest om recht te kunnen spreken voor uw volk en onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad. Want wie is in staat recht te spreken voor dit grote volk van U?” Het behaagde de Heer dat Salomo dit had gevraagd. En God zei tot Salomo: “Omdat ge juist dit gevraagd hebt en niet gevraagd hebt om een lang leven, ook niet om rijkdom, evenmin om het leven van uw vijanden, maar omdat ge wijsheid gevraagd hebt om recht te kunnen spreken, zie, daarom voldoe Ik aan uw verzoek en geef Ik u een hart vol wijsheid en begrip, zoals vóór u niemand ooit heeft gehad en ook na u niemand zal hebben.”
Antwoordpsalm
Ps. 119 (118), 57 en 72. 76-77. 127-128. 129-130 (R. 97a)
R. Hoe lief heb ik uw wet, Heer!
De Heer is mijn erfdeel,
ik heb beloofd uw woorden te onderhouden.
De wet uit uw mond is mij meer waard
dan schatten aan zilver en goud. R.
Laat uw barmhartigheid mijn troost zijn,
zoals Gij uw dienaar hebt beloofd.
Laat uw ontferming over mij komen,
dan zal ik leven, want uw wet is mijn vreugde. R.
Ja, ik heb uw geboden lief
meer dan goud, dan het zuiverste goud.
Al uw geboden zijn voor mij het rechte pad,
van alle dwaalwegen heb ik een afkeer. R.
Uw voorschriften zijn een wonder,
daarom onderhoud ik ze met heel mijn ziel.
Als uw woord zich ontvouwt, schenkt het licht,
brengt het eenvoudigen tot inzicht. R.
Tweede lezing
Rom. 8, 28-30
Broeders en zusters,
Wij weten dat voor wie God liefhebben, voor hen die volgens zijn raadsbesluit geroepen zijn, zich alles ten goede keert. Want die Hij tevoren heeft gekend, heeft Hij ook tevoren bestemd gelijkvormig te worden aan het beeld van zijn Zoon, opdat Deze de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. Die Hij heeft voorbestemd, heeft Hij ook geroepen; en die Hij riep, heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij rechtvaardigde, heeft Hij ook verheerlijkt.
Evangelie
Mt. 13, 44-52
In die tijd zei Jezus tot de menigte:
“Het Koninkrijk der hemelen gelijkt op een schat, verborgen in een akker. Toen een man hem vond, verborg hij hem, en in zijn blijdschap ging hij alles verkopen wat hij bezat, en kocht die akker. Ook gelijkt het Koninkrijk der hemelen op een mens, een koopman, op zoek naar mooie parels. Toen hij één parel van grote waarde had gevonden, ging hij alles verkopen wat hij bezat, en kocht haar. Ook gelijkt het Koninkrijk der hemelen op een sleepnet dat in het meer geworpen allerlei soorten vissen bijeenbracht. Toen het vol was, trok men het op de oever, ging zitten, verzamelde de goede in manden; de slechte echter werden weggeworpen. Zo zal het ook gaan bij de voleinding van de wereld: de engelen zullen uittrekken om de bozen van de rechtvaardigen te scheiden en in de vuuroven te werpen. Daar zal geween zijn en tandengeknars. Hebt gij dit alles begrepen?” Zij zeiden Hem: “Ja.” Hij zei hun: “Daarom is iedere schriftgeleerde die onderwezen is in het Koninkrijk der hemelen, gelijk aan een mens, een landheer, die uit zijn schat nieuw en oud tevoorschijn haalt.”





