3 juli 2026 ✝ Feest van de heilige Thomas

Lezingen



Heilige Thomas

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1577

Psalmen

1579

Lauden

Hymne

1339

Psalmen

780

KS

1340

Middaggebed

Hymne

1339

Psalmen

858

KS

1584

Vespers

Hymne

1339

Psalmen

1587

KS

1341

Completen

Hymne

682

Psalmen

1211

H. Thomas

Apostel

Van de apostel Tomas is vooral bekend dat zijn weigering om te geloven in Christus’ verrijzenis omsloeg in de belijdenis Mijn Heer en mijn God, toen hij getuige was van een verschijning van de Verrezene. Met deze woorden drukte hij het geloof van de kerk uit dat hij heel zijn verder leven zou verkondigen. Volgens een bepaalde overlevering zou hij het evangelie gepredikt hebben in India. In feite weten wij echter met zekerheid niets dan hetgeen in de heilige Schrift van hem wordt gezegd. Reeds in de 6e eeuw werd de overbrenging van zijn stoffelijke resten jaarlijks op deze datum gevierd in de kerk van Edessa.

Eerste lezing

Ef. 2, 19-22

Broeders en zusters,
Gij zijt geen vreemdelingen en ontheemden meer maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl de sluitsteen Christus Jezus zelf is, die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt. In Hem groeit het uit tot een heilige tempel in de Heer. In Hem wordt ook gij mee opgebouwd tot een woonstede van God, in de Geest.

Antwoordpsalm

Ps. 117 (116)

Refrein: Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het evangelie. (Mc. 16, 15)
of: Alleluia.

Looft nu de Heer, alle naties der aarde,
huldigt de Heer alle volken rondom;
omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft;
de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand.

Evangelie

Joh. 20, 24-29

Thomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd was niet bij de leerlingen toen Jezus kwam. De anderen vertelden hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.” Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Thomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Thomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.” Toen riep Thomas uit: “Mijn Heer en mijn God!” Toen zei Jezus tot hem: “Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.”