11 maart 2026 ✝ Woensdag in de 3e week van de Veertigdagentijd

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

742

Psalmen

1040

Lauden

Hymne

742

Psalmen

1043

KS

247

Middaggebed

Hymne

762

Psalmen

1047

KS

212

Vespers

Hymne

740

Psalmen

1051

KS

249

Completen

Hymne

682

Psalmen

1208

Eerste lezing

Deut. 4, 1. 5-9

In die dagen sprak Mozes tot het volk: “Luister dan, Israël, naar de voorschriften en bepalingen die ik u leer, en handel daarnaar. Dan zult gij leven en bezit gaan nemen van het land dat de Heer, de God van uw vaderen, u schenkt. Ik heb u nu de voorschriften en bepalingen geleerd, zoals de Heer uw God mij had opgedragen. Handel ernaar in het land dat gij in bezit gaat nemen en breng ze stipt ten uitvoer, want daaruit zal voor de volken uw wijsheid en uw inzicht blijken. Als zij al deze voorschriften horen, zullen ze zeggen: Dat machtige volk is wijs en verstandig. Is er soms een andere grote natie, aan wie hun goden zo nabij zijn als de Heer onze God ons nabij is, zo vaak wij Hem aanroepen? Of is er een andere grote natie die zulke volmaakte voorschriften en bepalingen heeft als de wet die ik u heden geef? Wees dus op uw hoede en zorg er voor, dat gij niet vergeet wat gij met eigen ogen gezien hebt. Laat dat uw leven lang niet uit uw gedachten gaan en geef het door aan uw kinderen en kleinkinderen.”

Antwoordpsalm

Ps. 147, 12-13, 15-16, 19-20

Refrein:
Loof nu de Heer, Jeruzalem!
Loof nu de Heer, Jeruzalem,
Sion, verheerlijk uw God!
Want Hij heeft uw poorten stevig gegrendeld,
uw zonen gezegend binnen uw muur.
Hij zendt zijn bevel uit over de aarde
en haastig rept zich zijn woord.
De sneeuw laat Hij vallen als vlokken wol
en rijp strooit Hij uit als as.
Hij is het die Jakob zijn woord heeft gezonden
zijn wet en geboden voor Israël.
Nooit was er een volk dat hij zo heeft behandeld,
geen ander maakt Hij zijn wegen bekend.

Evangelie

Mt. 5, 17-19

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten op te heffen; Ik ben niet gekomen om op te heffen maar om de vervulling te brengen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat één jota of haaltje vergaat uit de Wet, voordat alles geschied is. Wie dus een van die voorschriften, zelfs het geringste, opheft en zo de mensen leert, zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen, maar wie ze onderhoudt en leert zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen.”