21 januari 2026 ✝ Gedachtenis van de heilige Agnes, maagd en martelares

Lezingen



Heilige Agnes

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1609

Psalmen

904

Lauden

Hymne

1613

Psalmen

933

KS

1614

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

938

KS

941

Vespers

Hymne

1618

Psalmen

942

KS

1621

Completen

Hymne

682

Psalmen

1208

H. Agnes

maagd en martelares

Agnes stierf de marteldood te Rome in de tweede helft van de derde eeuw of wellicht in het begin van de vierde eeuw. Paus Damasus maakte haar grafschrift en vele kerkvaders hebben, in navolging van de heilige Ambrosius, haar lof bezongen.

Eerste lezing

I Sam. 17, 32-33. 37. 40-51

In die dagen, werd David bij Saul gebracht, en hij zei: “Laat niemand de moed verliezen vanwege die Filistijn; uw dienaar zal met hem gaan vechten. Saul zei tot David: Jij kunt toch niet met die Filistijn gaan vechten! Je bent nog maar een knaap en hij is een vechtersbaas, vanaf zijn jonge jaren.” Maar David zei: “De Heer, die mij gered heeft uit de klauwen van leeuwen en beren, Hij zal mij ook redden uit de handen van die Filistijn.” Daarop zei Saul tot David: “Ga dan, en moge de Heer met je zijn.”
David nam zijn stok in de hand, zocht in de beek vijf gladde stenen uit, deed ze in zijn herderstas, de tas voor de slingerstenen, en ging met zijn slinger in de hand op de Filistijn af. Daar kwam de Filistijn aan, voorafgegaan door zijn schildknaap; steeds dichter naderde hij David. Maar toen hij David in het oog had gekregen en hem goed had bekeken, begon hij hem te honen, omdat David nog maar een jongen was, rossig en prettig van voorkomen. Hij riep David toe: “Ben ik soms een hond, dat je met een stok op me af komt?” En hij begon David bij zijn goden te vervloeken. “Kom maar eens hier, riep hij hem toe, dan zal ik je vlees te vreten geven aan de vogels in de lucht en aan de dieren op het veld.” Maar David zei tot de Filistijn: “Gij komt op mij af met zwaard en werpspies, maar ik kom op u af met de naam van de Heer van de legermachten, die gij hebt getart. Vandaag zal de Heer u aan mij overleveren; ik zal u neervellen, uw hoofd van uw romp scheiden en vandaag nog de lijken van de Filistijnen te vreten geven aan de vogels in de lucht en de dieren op het veld. Heel de aarde zal weten dat Israël een God heeft. Heel deze menigte zal weten dat de Heer geen redding brengt door zwaard of lans. Want de Heer beslist over de strijd en Hij zal u aan ons overleveren.” Toen de Filistijn tot de aanval overging, rende David op de gelederen af, de Filistijn tegemoet. Hij deed een greep in zijn tas, nam er een steen uit, slingerde die naar de Filistijn en trof hem tegen het voorhoofd. De steen drong in het hoofd en de Filistijn viel voorover op de grond. Zo was David met zijn slinger en steen sterker dan de Filistijn; hij trof hem dodelijk zonder een zwaard te gebruiken. Nu rende David op de Filistijn toe; hij ging bij hem staan, trok het zwaard van de Filistijn uit de schede, hieuw hem het hoofd van de romp en doodde hem. Toen de Filistijnen zagen dat hun held dood was, sloegen ze op de vlucht.

Antwoordpsalm

Ps. 144 (143), 1, 2, 9-10

Uw werken zullen U prijzen, Heer,
uw vromen zullen U loven.
Zij roemen de glorie van uw heerschappij,
uw macht verkondigen zij.

Zij maken uw kracht aan de mensen bekend,
de pracht van uw Koninkrijk.
Uw Rijk is een rijk voor alle eeuwen,
uw heerschappij geldt voor ieder geslacht.

De Heer is rechtvaardig op al zijn wegen,
en heilig in al wat Hij doet.
Nabij is de Heer voor elk die Hem aanroept,
voor elk die oprecht tot Hem bidt.

Evangelie

Mc. 3, 1-6

In die tijd ging Jezus naar de synagoge waar een man aanwezig was met een verschrompelde hand. De Farizeeën hielden Hem in het oog om te zien of Hij hem op sabbat zou genezen, met de bedoeling Hem daarvan te beschuldigen. Hij zei nu tot de man met de verschrompelde hand: “Kom in het midden staan.” Daarop stelde Hij hun de vraag: “Is het niet eerder geoorloofd op sabbat goed te doen dan kwaad, iemand te redden dan te doden?” Maar zij zwegen. Toen liet Hij toornig, maar tegelijkertijd bedroefd om de verstoktheid van hun hart zijn blik rondgaan en zei tot de man: “Steek uw hand uit.” Hij stak zijn hand uit en deze was weer gezond. De Farizeeën gingen naar buiten en aanstonds smeedden zij met de Herodianen plannen om Jezus uit de weg te ruimen.