Lezing
Hymne
1609
Psalmen
1158
Lauden
Hymne
1613
Psalmen
1160
KS
1614
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
1164
KS
1166
Vespers
Hymne
1618
Psalmen
1168
KS
1621
Completen
Hymne
682
Psalmen
1209
H. Agatha
maagd en martelares
Agatha onderging de marteldood te Catania op het eiland Sicilië, waarschijnlijk tijdens de christenvervolging onder keizer Decius. Haar verering heeft zich spoedig na haar dood over de gehele kerk verbreid. Haar naam is opgenomen in de Romeinse canon (eucharistisch gebed I).
Eerste lezing
I Kon. 2, 1-4. 10-12
Toen Davids einde naderde, bond hij zijn zoon Salomo het volgende op het hart: “Ik ga de weg van al het aardse. Wees sterk en toon dat je een man bent. Blijf trouw aan de dienst van de Heer onze God: bewandel zijn wegen en onderhoud zijn wetten, geboden, voorschriften en verordeningen, zoals geschreven staat in de wet van Mozes. Dan zul je slagen in alles wat je doet en onderneemt. Dan zal de Heer het woord gestand doen dat Hij tot mij gesproken heeft: Als uw zonen trouw, met heel hun hart en heel hun ziel, mijn wegen bewandelen, dan zal het u nooit ontbreken aan afstammelingen op de troon van Israël.”
Toen ging David ter ruste bij zijn voorvaderen en werd begraven in de Davidstad. Veertig jaar had David over Israël geregeerd; te Hebron had hij zeven jaar geregeerd en te Jeruzalem drieëndertig jaar. Salomo zetelde op de troon van zijn vader en zijn koningschap kreeg steeds meer vaste voet.
Antwoordpsalm
1 Kron. 29, 10, 11ab, 11cd, 12ab, 12cd
Refrein:
Al wat bestaat, Heer, richt zich naar uw bevel.
Gij zijt geprezen, Heer, in alle eeuwen,
Gij, God van onze vader Israël.
Groot zijt Gij in uw daden, oppermachtig,
verheven, luisterrijk en hoog geëerd.
Want alles in de hemel en op aarde is het uwe,
Gij zijt de koning, Heer, die boven alles staat.
Van U zijn aanzien en bezit afkomstig,
al wat bestaat richt zich naar uw bevel.
Gij kunt beschikken over vaardigheid en krachten,
wat groot en sterk is hebt Gij zo gemaakt.
Evangelie
Mc. 6, 7-13
In die tijd riep Jezus de twaalf bij zich en begon hen twee aan twee uit te zenden. Hij gaf hun macht over de onreine geesten en verbood hun iets anders mee te nemen voor onderweg dan alleen een stok: geen voedsel, geen reiszak, geen kopergeld in hun gordel. “Wel moogt ge sandalen dragen, maar trekt geen dubbele kleding aan.” Hij zei verder: “Als ge ergens een huis binnengaat, blijft daar tot ge weer afreist. En is er een plaats waar men u niet ontvangt en niet naar u luistert, gaat daar dan weg en schudt het stof van uw voeten als een getuigenis tegen hen.” Zij vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren. Zij dreven veel duivels uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen.





