Lezing
Hymne
711
Psalmen
1158
Lauden
Hymne
713
Psalmen
1160
KS
1163
Middaggebed
Hymne
758
Psalmen
1164
KS
1166
Vespers
Hymne
714
Psalmen
1168
KS
1170
Completen
Hymne
682
Psalmen
1209
Eerste lezing
1 Pt 2, 2-5. 9-12
Broeders en zusters, weest als pasgeboren kinderen, begerig naar de geestelijke, onvervalste melk die u wasdom zal schenken ter zaligheid. Gij hebt immers al geproefd van de zoetheid van de zoetheid des Heren. Treedt toe tot Hem, de levende steen, door de mensen verworpen maar uitverkoren en kostbaar in het oog van God. Laat ook uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel. Draagt als een heilig priesterschap geestelijke offers op, die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus. Want gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk, bestemd om de roemruchte daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht: gij, vroeger geen volk, nu Gods volk; vroeger van genade verstoken, nu begenadigd. Dierbare vrienden, ik vraag u als vreemdelingen en ballingen u te onthouden van zondige lusten die strijd voeren tegen de ziel. Leidt onder de heidenen een voorbeeldig leven; dan zullen zij die u nog als boosdoeners belasteren, bij nader toezien God om uw goede daden verheerlijken op de dag dat Hij komt rechtspreken.
Antwoordpsalm
Ps 100 (99), 2, 3, 4, 5
R. Treedt onbezorgd voor Gods Aanschijn.
Juicht voor de Heer, alle landen,
dient met blijdschap de Heer.
Treedt onbezorgd voor zijn Aanschijn;
waarlijk, de Heer is God. R.
Hij is de Schepper en Meester,
wij zijn kudde, zijn volk.
Trekt met een lied door zijn poorten,
komt in zijn voorhof met zang. R.
Zegent zijn naam en eert Hem,
Hij is ons goed gezind.
Eindeloos is zijn erbarmen,
Trouw van geslacht op geslacht. R.
Evangelie
Mc 10, 46-52
In die tijd trok Jezus weg uit Jericho, vergezeld van zijn leerlingen en een grote menigte. Er zat een blinde bedelaar langs de weg, Bartimeüs, de zoon van Timeüs. Zodra hij hoorde dat het Jezus de Nazarener was begon hij luidkeels te roepen:”Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!” Velen snauwden hem toe te zwijgen, maar hij riep nog veel harder: “Zoon van David, heb medelijden met mij!” Jezus bleef staan en zei: “Roept hem eens hier.” Ze riepen de blinde toe: “Heb goede moed! Sta op, Hij roept u.” Hij wierp zijn mantel af, sprong overeind en kwam naar Jezus toe. Jezus vroeg hem: “Wat wilt ge dat Ik voor u doe?” De blinde antwoordde Hem: “Rabboeni, maak dat ik zien kan!” En Jezus sprak tot Hem: “Ga, uw geloof heeft u genezen.” Terstond kon hij zien en sloot zich bij Hem aan op zijn tocht.





