28 februari 2026 ✝ Zaterdag in de 1e week van de Veertigdagentijd

Lezingen
Evangelielezing

Lezing

Hymne

742

Psalmen

866

Lauden

Hymne

742

Psalmen

871

KS

220

Middaggebed

Hymne

762

Psalmen

874

KS

222

Vespers

Hymne

740

Psalmen

878

KS

220

Completen

Hymne

682

Psalmen

1201

Eerste lezing

Deut. 26, 16-19

Mozes sprak tot het volk: “Heden gebiedt de Heer uw God u deze voorschriften en bepalingen te volbrengen. Gij moet ze stipt ten uitvoer brengen, met heel uw hart en heel uw ziel. Gij hebt heden van de Heer de verzekering gekregen, dat Hij uw God zal zijn, als gij tenminste zijn wegen gaat, zijn voorschriften, geboden en bepalingen onderhoudt en naar Hem luistert. En de Heer heeft heden van u de verzekering gekregen, dat gij, zoals Hij beloofd heeft, zijn eigen volk zult zijn en al zijn geboden zult onderhouden. Daarom zal Hij aan u groter eer, faam en luister schenken dan aan de andere volken, die Hij geschapen heeft, en zult gij een volk zijn dat de Heer uw God is toegewijd, zoals Hij beloofd heeft.”

Antwoordpsalm

Ps. 119(118), 1-2, 4-5, 7-8

Refrein:
Gelukkig die voortgaan volgens de wet van de Heer.

Gelukkig degenen wier levensweg rein is,
die voortgaan volgens de wet van de Heer.
Gelukkig die acht slaan op wat Hij verordent,
Hem zoeken met heel hun hart.

Gij hebt uw bevelen gegeven opdat men ze trouw volbrengt.
Mogen mijn wegen recht zijn,
gericht op wat Gij beschikt.

Ik zal U in alle oprechtheid loven,
aanvaardend wat Gij hebt bepaald.
Aan uw beschikkingen zal ik mij houden;
laat Gij mij dan niet alleen.

Evangelie

Mt. 5, 43-48

n die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Gij hebt gehoord dat er gezegd is Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten. Maar Ik zeg u: Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want als gij bemint die u beminnen, wat voor recht op loon hebt gij dan? Doen de tollenaars niet hetzelfde? En als gij alleen uw broeder groet, wat voor buitengewoons doet gij dan? Doen de heidenen dat ook niet? Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.”