8 juni 2026 ✝ Maandag in de tiende week door het jaar

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

700

Psalmen

900

Lauden

Hymne

701

Psalmen

903

KS

905

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

907

KS

909

Vespers

Hymne

703

Psalmen

1149100

KS

1191342

Completen

Hymne

682

Psalmen

1205

Eerste lezing

I Kon. 17, 1-6

In die dagen zei Elia, de Tisbiet in Gilead, tot Achab: “Zowaar de Heer leeft, de God van Israël, in wiens dienst ik sta: er zal in de volgende jaren geen dauw of regen komen tenzij op mijn woord.” En het woord van de Heer kwam tot Elia: “Vertrek van hier, ga naar het oosten en houd u verborgen in het dal van de Kerit die in de Jordaan uitmondt. Uit de beek kunt ge drinken en aan de raven heb Ik bevolen u daar van voedsel te voorzien.” Elia deed wat de Heer gezegd had en ging wonen in het dal van de Kerit die in de Jordaan uitmondt. De raven brachten hem ’s morgens en ’s avonds brood en vlees, en hij dronk uit de beek.

Antwoordpsalm

Ps. 121 (120), 1-2, 3-4, 5-6, 7-8

Refrein:
Mijn hulp zal komen van God de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Omhoog naar de bergen richt ik mijn ogen:
van waar kan ik hulp verwachten?
Mijn hulp zal komen van God de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Hij zorgt dat uw voet niet struikelt,
Hij slaapt niet, die waakt over u.
Hij sluimert niet en Hij suft niet,
die over Israël waakt.

De Heer is het die u behoedt,
Hij staat als een wacht aan uw zijde.
Bij dag zal de zon u niet deren,
bij nacht doet de maan u geen kwaad.

De Heer bewaart u voor onheil,
uw leven houdt Hij in stand.
De Heer is bezorgd voor uw komen en gaan,
op deze dag en altijd.

Evangelie

Mt. 5, 1-12

Toen Jezus de menigte zag ging Hij de berg op, en nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus: “Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen. Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen. Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil: Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel. Zo immers hebben ze de profeten vervolgd die vóór u geleefd hebben.”