7 juni 2026 ✝ Tiende zondag door het jaar

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

693

Psalmen

883

Lauden

Hymne

697

Psalmen

887

KS

890

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

891

KS

893

Vespers

Hymne

699

Psalmen

895

KS

898

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

Eerste lezing

Hos. 6, 3-6

“Wij willen de Heer kennen, ons inspannen om Hem te kennen. Zo zeker als de dageraad vertoont Hij zich, komt Hij over ons als de regen, als de lenteregen die de aarde drenkt.” Wat moet Ik met u beginnen, Efraïm? Wat moet Ik met u beginnen, Juda? Uw barmhartigheid is als de morgennevel, als de dauw die vroeg in de morgen verdwijnt. Daarom heb Ik op u ingeslagen door de profeten, heb Ik hen gedood met de woorden van mijn mond: mijn oordeel brak door als het licht. Want barmhartigheid wil Ik, geen offer, en kennis van God, meer dan brandoffers.

Antwoordpsalm

Ps. 50 (49), 1 en 8. 12-13. 14-15 (R. 23b)

R. Wie de goede weg gaat, laat Ik het heil zien dat van God komt.
De Heer, de God der goden, spreekt en heel de aarde roept Hij op, vanwaar de zon rijst tot waar zij daalt. Om uw offers verwijt Ik u niets, geen brandoffer is Mij ontgaan. R.
Had Ik honger, dan zou Ik het u niet zeggen, want van Mij is de aarde met al wat ze draagt. Zou Ik soms het vlees van stieren eten? Of het bloed van bokken drinken? R.
Laat uw offer een dankoffer zijn, kom uw geloften aan de Allerhoogste na. Dan moogt gij Mij roepen in dagen van nood; Ik zal u redden, omdat gij Mij vereert. R

Tweede lezing

Rom. 4, 18-25

Broeders en zusters,
Abraham heeft tegen alle hoop in geloofd dat hij vader zou worden van vele volken, zoals gezegd is: “Zo zal uw nageslacht zijn.” Zijn geloof verflauwde niet, toen hij, de honderdjarige, dacht aan zijn eigen afgeleefde lichaam en aan de dorre schoot van Sara. Aan Gods belofte heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, maar hij werd gesterkt door het geloof, toen hij eer bracht aan God en vast overtuigd bleef dat God bij machte is ook te doen wat Hij heeft beloofd. Daarom werd het hem aangerekend als gerechtigheid. Dat “het hem werd aangerekend”, werd niet alleen omwille van hem geschreven, maar ook omwille van ons, aan wie het zal worden aangerekend: aan ons die geloven in Hem die Jezus onze Heer van de doden heeft opgewekt, Jezus, die is overgeleverd om onze misstappen en opgewekt om onze rechtvaardiging.

Evangelie

Mt. 9, 9-13

In die tijd
trok Jezus verder. Hij zag een man aan het tolhuis zitten die Matteüs heette, en Hij zei tot hem: “Volg Mij.” Hij stond op en volgde Hem. En zie, het gebeurde, terwijl Hij in huis aanlag, dat vele tollenaars en zondaars met Jezus en zijn leerlingen kwamen aanliggen. Toen de Farizeeën dat zagen, zeiden ze tot zijn leerlingen: “Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?” Hij hoorde dit en zei: “Die gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wel die ziek zijn. Gaat heen en leert wat het zeggen wil: ‘Barmhartigheid wil Ik, geen offer.’ Want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.”