4 juni 2026 ✝ Hoogfeest van het Heilig Sacrament van het lichaam en bloed van Christus

Lezingen



Heilig Sacrament van het lichaam en bloed van Christus

Evangelielezing

Lezing

Hymne

567

Psalmen

564

Lauden

Hymne

567

Psalmen

780

KS

468

Middaggebed

Hymne

567

Psalmen

1215

KS

569

Vespers

Hymne

570

Psalmen

572

KS

574

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

Eerste lezing

Deut. 8, 2-3. 14b-16a

Mozes sprak tot het volk en zei:
“Blijf denken aan heel de tocht van deze veertig jaar, die de Heer uw God u in de woestijn heeft laten maken om u te vernederen, op de proef te stellen en om de gezindheid van uw hart te leren kennen, of gij zijn geboden zoudt onderhouden of niet. Hij heeft u vernederd en u honger laten lijden, maar u ook het manna te eten gegeven, dat gij noch uw vaderen ooit hadden gekend. Hij wilde u daardoor laten weten, dat de mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat uit de mond van de Heer komt.
Vergeet de Heer uw God niet, die u deed uitgaan uit het land Egypte, uit het slavenhuis; die u door die grote en verschrikkelijke woestijn heeft gevoerd, vol giftige slangen en schorpioenen, door dat dorstige land zonder water; die uit de keiharde rots water voor u liet ontspringen; die u in de woestijn het manna te eten gaf, dat uw vaderen nooit hadden gekend.”

Antwoordpsalm

Ps. 147, 12-13. 14-15. 19-20 (R. 12a)

Loof de Heer, Jeruzalem,
prijs uw God, Sion!
Want Hij versterkt de grendels van uw poorten,
Hij zegent uw kinderen binnen uw muren. R.

Hij brengt vrede in uw land
en verzadigt u met de beste tarwe.
Hij zendt zijn opdracht uit naar de aarde
en haastig snelt zijn woord vooruit. R.

Aan Jakob verkondigt Hij zijn woord,
zijn voorschriften en wetten aan Israël.
Met geen ander volk heeft Hij zo gehandeld,
zijn wetten leerde Hij hun niet. R.

Tweede lezing

I Kor. 10, 16-17

Broeders en zusters,
Geeft niet de kelk van de zegening die wij zegenen, gemeenschap met het Bloed van Christus? Geeft niet het brood dat wij breken, gemeenschap met het Lichaam van Christus? Omdat het Brood één is, vormen wij, de velen, één Lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene Brood.

Evangelie

Joh. 6, 51-58

In die tijd zei Jezus tot de menigte van de Joden:
“Ik ben het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit Brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. Het Brood dat Ik zal geven, is mijn Vlees voor het leven van de wereld.” Toen twistten de Joden onderling en zeiden: “Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?” Jezus zei daarop tot hen: “Amen, amen, Ik zeg u: als gij het Vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn Bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u. Wie mijn Vlees eet en mijn Bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Want mijn Vlees is waarlijk voedsel en mijn Bloed is waarlijk drank. Wie mijn Vlees eet en mijn Bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Zoals de Vader die leeft, Mij gezonden heeft en Ik leef door de Vader, zo zal ook degene die Mij eet, leven door Mij. Dit is het Brood, dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen. die gegeten hebben en gestorven zijn: wie dit Brood eet, zal leven in eeuwigheid.”