Lezing
Hymne
751
Psalmen
947
Lauden
Hymne
752
Psalmen
950
KS
422
Middaggebed
Hymne
764
Psalmen
954
KS
424
Vespers
Hymne
748
Psalmen
958
KS
424
Completen
Hymne
682
Psalmen
1209
Eerste lezing
Hand. 5, 27-33
In die dagen namen de dienaren van de bevelhebber de apostelen mee en brachten hen voor het Sanhedrin. De hogepriester begon hen te ondervragen: “Hebben wij u niet uitdrukkelijk verboden in die Naam onderricht te geven? Door uw toedoen is heel Jeruzalem vol van uw leer. Bovendien wilt gij ons het bloed van die man aanrekenen.” Maar Petrus en de andere apostelen gaven ten antwoord: “Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. De God van onze vaderen heeft Jezus ten leven gewekt, aan wie gij u vergrepen hebt door Hem aan het kruis te slaan. Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven aan zijn rechterhand om aan Israël bekering en kwijtschelding van zonden te schenken. Van dit alles zijn wij getuigen, maar ook de heilige Geest die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.” Toen zij dit hoorden ontstaken zij in woede en besloten hen te doden.
Antwoordpsalm
Ps. 34 (33), 2, 9, 17-18, 19-20
Refrein:
Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer.
Of: Alleluia.
De Heer zal ik prijzen iedere dag,
zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is,
gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.
Van boosdoeners keert Hij zijn aangezicht af,
zij worden op aarde vergeten.
Naar vromen die roepen luistert de Heer
en redt hen uit iedere nood.
De Heer is nabij voor rouwmoedige harten,
Hij helpt wie zijn schuld erkent.
Veel rampen zullen de vrome bedreigen,
uit elk daarvan redt hem de Heer.
Evangelie
Joh. 3, 31-36
“Wie van boven komt staat boven allen. Wie van de aarde is behoort tot de aarde en spreekt de taal van de aarde. Wie uit de hemel komt staat boven allen. Hij legt getuigenis af van wat Hij zag en hoorde, maar toch aanvaardt niemand zijn getuigenis. Wie zijn getuigenis wel aanvaardt bezegelt daarmee dat God waarachtig is. Want Hij, die door God gezonden is spreekt Gods eigen woorden: zo mateloos schenkt God zijn Geest. De Vader heeft de Zoon lief en heeft Hem alles in handen gegeven. Wie in de Zoon gelooft heeft het eeuwig leven. Wie weigert in de Zoon te geloven zal het leven niet zien, integendeel, de toorn Gods blijft op hem.”





