1 maart 2026 ✝ Tweede zondag in de Veertigdagentijd

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

742

Psalmen

883

Lauden

Hymne

742

Psalmen

918

KS

224

Middaggebed

Hymne

762

Psalmen

922

KS

203

Vespers

Hymne

740

Psalmen

926

KS

225

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

Eerste lezing

Gen. 12, 1-4a

In die dagen
zei de Heer tot Abram: “Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie, naar het land dat Ik u zal aanwijzen. Ik zal een groot volk van u maken. Ik zal u zegenen en uw Naam groot maken, zodat gij een zegen zult zijn. Ik zal zegenen die u zegenen, maar die u vervloeken zal lk vervloeken. In u zullen alle geslachten op aarde gezegend worden.” Toen trok Abram weg, zoals de Heer hem had opgedragen.

Antwoordpsalm

Ps. 33 (32), 4-5. 18. 19. 20 en 22 (R. 22)

R. Uw liefde, Heer, moge over ons komen:
wij stellen ons vertrouwen op U.

Oprecht is het woord van de Heer,
alles wat Hij doet, is betrouwbaar.
Hij heeft recht en gerechtigheid lief;
de aarde is vervuld van de liefde van de Heer. R.

Het oog van de Heer rust op hen die Hem vrezen
en die op zijn liefde vertrouwen.
Hij zal hen vrijwaren van de dood,
hen bij hongersnood in leven houden. R.

Vol vertrouwen zien wij uit naar de Heer,
Hij is ons schild, Hij is onze helper.
Uw liefde, Heer, moge over ons komen:
wij stellen ons vertrouwen op U. R.

Tweede lezing

II Tim. 1, 8b-10

Dierbare,
Draag uw deel in het lijden voor het Evangelie op grond van de kracht van God, die ons heeft gered en geroepen met een heilige roeping, niet op grond van onze werken, maar op grond van zijn eigen besluit en genade, ons van alle eeuwigheid verleend in Christus Jezus en nu geopenbaard door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven deed aanlichten door het Evangelie.

Evangelie

Mt. 17, 1-9

In die tijd
nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes mee en bracht hen op een hoge berg, waar zij alleen waren. En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. En zie, Mozes en Elia verschenen hun en spraken met Hem. Petrus van zijn kant zei tegen Jezus: “Heer, het is goed dat wij hier zijn; als Gij wilt, zal ik hier drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.” Hij was nog aan het spreken, zie, een lichtende wolk overschaduwde hen en zie, een stem uit de wolk zei: “Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik welbehagen heb; luistert naar Hem.” Toen de leerlingen dat hoorden, vielen zij met hun gezicht ter aarde en werden zeer bevreesd. En Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: “Staat op en vreest niet.” Toen zij hun ogen opsloegen, zagen zij niemand dan alleen Jezus. En terwijl ze de berg afdaalden, gebood Jezus hun: “Zegt aan niemand wat ge gezien hebt, totdat de Mensenzoon uit de doden is opgestaan.”