27 januari 2026 ✝ Dinsdag in de 3e week door het jaar

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

704

Psalmen

1026

Lauden

Hymne

705

Psalmen

1029

KS

1032

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1033

KS

1035

Vespers

Hymne

706

Psalmen

1037

KS

1038

Completen

Hymne

682

Psalmen

1206

Eerste lezing

II Sam. 6, 12b-15. 17-19

In die dagen bracht David de ark van God uit het huis van Obededom vol vreugde naar de Davidstad over. Nadat de dragers van de ark zes stappen gezet hadden, offerde David een gemeste stier. Onderweg danste hij geestdriftig voor de Heer uit, slechts gekleed in een linnen borstkleed. Zo brachten David en alle Israëlieten onder gejuich en bazuingeschal de ark van de Heer over.
Zij werd de stad binnengedragen en op haar plaats gebracht, midden in de tent die David voor haar had opgezet. Daarna droeg David brand- en slachtoffers op aan de Heer. Na het opdragen van de brand- en slachtoffers zegende hij het volk met de naam van God, de Heer van de hemelse machten. Aan alle aanwezigen, aan alle Israëlieten die daar bijeenwaren, mannen en vrouwen, liet hij een plat brood, een klomp dadels en een rozijnenkoek uitdelen. Daarop ging iedereen naar huis.

Antwoordpsalm

Ps. 24 (23), 7, 8, 9, 10

Refrein:
Wie is deze Koning der glorie?
De Heer is de Koning der glorie.

Poorten, heft uw kroonlijsten op,
gaat open, aloude deuren:
de Koning der glorie moet binnengaan.

Wie is deze Koning der glorie?
De Heer, de sterke, de machtige,
de Heer, de held in de strijd.

Poorten, heft uw kroonlijsten op,
gaat open, aloude deuren:
de Koning der glorie moet binnengaan.

Wie is deze Koning der glorie?
De Heer van de hemelse machten,
Hij is de Koning der glorie.

Evangelie

Mc. 3, 31-35

Eens kwamen Jezus’ moeder en zijn broeders, en terwijl zij buiten bleven staan, stuurden ze iemand naar Hem toe om Hem te roepen. Er zat veel volk om Hem heen, dat het bericht doorgaf: “Uw moeder en uw broeders daarbuiten vragen naar U.” Hij gaf hun ten antwoord: “Wie is mijn moeder, wie zijn mijn broeders?” En terwijl Hij zijn blik liet gaan over de mensen die in een kring om Hem heen zaten zei Hij: “Ziehier mijn moeder en mijn broeders. Want mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil van God volbrengen.”