Vastenboodschap paus Franciscus – 2019

Dierbare broeders en zusters,

Ieder jaar schenkt God, met de hulp van onze Heilige Moeder de Kerk de gelovigen de vreugde jaarlijks naar het paasfeest toe te gaan, met een zuiver hart (prefatie van de Vasten 2) opdat zij kunnen putten uit de geheimen van de verlossing, de volheid die aangereikt wordt door het nieuwe leven in Christus. Zo kunnen we op weg gaan van Pasen naar Pasen tot aan de volheid van het heil, dat wij reeds ontvingen dank zij het Paasmysterie van Christus: “in deze hoop zijn wij gered” (Rom 8,24). Dit heilsmysterie, dat in ons tijdens ons aardse leven reeds werkzaam is, dient zich aan als een dynamisch proces dat ook de geschiedenis en heel de schepping omvat.

De heilige Paulus zegt het: “ook de schepping verlangt vurig naar de openbaring van Gods kinderen” (Rom 8,19). In dit perspectief wens ik enkele punten aan te reiken ter reflectie voor onze weg van bekering in de volgende Vasten.

De verlossing van de schepping

De viering van het Paastriduüm van het lijden, de dood en de verrijzenis van Christus, hoogtepunt van het liturgisch jaar, roept ons telkens op ons te engageren op een weg van voorbereiding, in het besef dat onze gelijkvormigheid met Christus (cf Rom 8,29) een onschatbare gave is van Gods barmhartigheid.

Als de mens als kind van God leeft, als hij leeft als een verloste persoon die zich door de Heilige Geest laat leiden (cf Rom 8,14) en die Gods wet weet te herkennen en uit te voeren, te beginnen met de wet die in zijn hart en in de natuur geschreven staat, doet hij tevens goed aan de schepping, door aan haar verlossing mee te werken. Daarom verlangt de schepping vurig dat Gods kinderen zich manifesteren, zegt ons de heilige Paulus, dat wil zeggen dat degenen die de genade van het Paasmysterie van Jezus genieten, ten volle van zijn vruchten leven, die bestemd zijn hun volle rijpheid te bereiken in de verlossing van het menselijk lichaam. Wanneer de liefde van Christus het leven van de heiligen – naar geest, ziel en lichaam – omvormt, worden zij een lofzang aan God en door gebed, contemplatie en kunst betrekken zij daar ook alle andere schepselen in, zoals het “Zonnelied” van de heilige Franciscus van Assisi bewonderenswaardig belijdt (cf Enc. Laudato Sì, nr. 87). Doch, in deze wereld wordt de harmonie die de verlossing voortbrengt, nog en altijd bedreigd door de negatieve kracht van de zonde en de dood.

De vernietigende kracht van de zonde

Inderdaad, wanneer wij niet leven als kind van God, brengen wij dikwijls destructieve gedragingen in werking tegen de naaste en de andere schepselen, maar ook tegen onszelf, door hen min of meer bewust volgens eigen goeddunken te gebruiken. Buitensporigheid neemt dan de bovenhand en leidt ons naar een levensstijl die geen rekening houdt met de grenzen die onze menselijke conditie en de natuur ons vragen te respecteren. Dan volgen wij ongecontroleerde verlangens die het Boek der Wijsheid toekent aan de slechten, dat wil zeggen aan degenen die God niet als referentie hebben voor hun handelen en geen hoop hebben voor de toekomst (cf 2,1-11). Indien wij niet voortdurend op Pasen gericht zijn, op de horizont van de verrijzenis, wordt het duidelijk dat zich tenslotte de logica opdringt van “alles en onmiddellijk”, van “altijd meer bezitten”.

Wij weten dat de oorzaak van alle kwaad, de zonde is, die sinds haar verschijning onder de mensen, de gemeenschap met God verbroken heeft, met de anderen en de schepping waarmee wij vooral door ons lichaam verbonden zijn. De breuk van deze gemeenschap met God heeft ook de harmonieuze banden aangetast tussen de mensen en het milieu waar zij geroepen zijn te leven, zodat de tuin een woestijn geworden is (cf Gen 3,17-18). Het gaat daar om de zonde die de mens ertoe aanzet zich voor te houden de god van de schepping, zich te zien als het absolute hoofd ervan en ze niet te gebruiken voor het door de Schepper bestemde doel maar uit eigenbelang, ten koste van de schepselen en de anderen.

Wanneer men de wet van God, de wet van de liefde verlaat, is het de wet van de sterkste die zich uiteindelijk oplegt aan de zwakkere. De zonde die in het hart van de mens woont (cf Mc 7,20-23) – en zich manifesteert onder de trekken van hebzucht, het heftig verlangen naar buitensporig welzijn, de ongeïnteresseerdheid voor het welzijn van de andere, en zelfs dikwijls voor het eigen welzijn – leidt naar uitbuiting van de schepping, van mensen en van het milieu, onder de stuwing van deze onverzadigbare hebzucht die ieder verlangen als een recht beschouwt, en vroeg of laat, zal eindigen met zelfs degene die zich erdoor laat leiden, te vernietigen.

De genezende kracht van berouw en vergeving

Daarom heeft de schepping het dringend nodig dat de kinderen van God zich openbaren, degenen die “een nieuwe schepping” geworden zijn: “Zo is dus wie in Christus is, een nieuwe schepping: het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen” (2 Kor 5,17). Inderdaad, dank zij hun manifestatie, kan ook de schepping Pasen “beleven”: zich openstellen voor de nieuwe hemel en de nieuwe aarde (cf Apoc 21,1). De weg naar Pasen roept ons juist op ons christen gelaat en hart te vernieuwen door berouw, bekering en vergeving om heel de rijkdom van de genade van het Paasmysterie te kunnen beleven.

Dit “ongeduld”, deze verwachting van de schepping, zal zich voltooien bij de manifestatie van de kinderen Gods, namelijk wanneer de christenen en alle mensen definitief zullen binnengaan in deze “barensweeën”, die de bekering is.

Heel de schepping is geroepen met ons uit “de slavernij der vergankelijkheid” te treden en te “delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods” (Rom 8,21). De Vasten is een sacramenteel teken van deze bekering. Zij roept de christenen op het Paasmysterie intenser en concreter in hun persoonlijk, familiaal en sociaal leven te belichamen door vasten, gebed en aalmoezen.

Vasten, dat wil zeggen de houding tegenover de anderen en de schepselen leren veranderen: van de bekoring alles te “verslinden” om onze hebzucht te stillen, naar de bekwaamheid uit liefde te lijden, die de leemte van ons hart kan vullen. Bidden om te kunnen weerstaan aan afgoderij en de zelfvoldaanheid van het ik, en te erkennen dat men de Heer en Zijn barmhartigheid nodig heeft. Aalmoezen geven om zich te bevrijden van de dwaasheid alles voor zichzelf op te stapelen in de illusie zich een toekomst te verzekeren die ons niet toebehoort. Het gaat er dus om, de vreugde van Gods plan met de schepping en ons hart terug te vinden, de vreugde Hem lief te hebben, onze broeders en de hele wereld lief te hebben en in deze liefde het ware geluk te vinden.

Dierbare broeders en zusters, het “vasten” van de Zoon van God bestond erin naar de woestijn van de schepping te gaan, opdat zij opnieuw de tuin zou worden van de gemeenschap met God, die voor de erfzonde bestond (cf Mc 1,12-13; Jes 51,3). Moge ons vasten dezelfde weg gaan om de hoop van Christus aan de schepping te brengen, opdat ook zij “zal verlost worden uit de slavernij der vergankelijkheid en delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods” (Rom 8,21). Laten wij de gunstige tijd niet tevergeefs aan ons voorbijgaan! Vragen wij aan God ons te helpen om een weg van ware bekering op gang te brengen. Laten wij het egoïsme varen, de blik die op onszelf gericht is, en richten wij ons op het Pasen van Jezus: maken wij ons tot de naaste van onze broeders en zusters in moeilijkheden, door onze geestelijke en materiële goederen met hen te delen. Door de overwinning van Christus op zonde en dood concreet in ons leven op te nemen, zullen wij Zijn transformerende kracht eveneens aantrekken over de schepping;

Vaticaan, 4 oktober 2018

Feest van de heilige Franciscus van Assisi

FRANCISCUS

Geef een reactie

Menu sluiten