Witte Donderdag

donderdag 18 april 2019

Lezing

HymnePsalmen
7461070

Lauden

HymnePsalmenKS
747949313

Middaggebed

HymnePsalmenKS
762954314

Vespers

HymnePsalmenKS
743958316

Completen

HymnePsalmen
6821209

Lezingen

Z. Idesbald

Evangelielezing

Z. Idesbald

abt
Idesbald werd geboren omstreeks 1090 en was afkomstig uit de Vlaamse landadel. Geruime tijd stond hij in dienst van verschillende graven van Vlaanderen en trad omstreeks 1150 in in de cisterciënzerabdij van Ter Duinen, waarvan hij in 1155 de derde abt werd. Hij is gestorven op 18 april 1167. Zijn relieken worden bewaard in de kerk van de H. Geest, genoemd de Potterie, te Brugge.

Uit het boek Exodus

Ex 12,1-8.11-14
In die dagen richtte de Heer het woord tot Mozes en Aäron in Egypte en sprak: “Deze maand moet gij beschouwen als de beginmaand, als de eerste maand van het jaar. Maak aan heel de gemeenschap van Israël het volgende bekend: op de tiende van deze maand moet ieder gezin een lam uitkiezen, ieder huis een lam. Als een gezin te klein is voor een lam, dan moeten ze, rekening houdend met het aantal personen, samen doen met hun naaste buurman. Bij het verdelen van het lam moet er rekening gehouden worden met ieders eetlust. Het lam moet gaaf zijn, van het mannelijk geslacht en eenjarig. Ge kunt er een schaap of een geit voor nemen. Ge moet de dieren vasthouden tot aan de veertiende van de maand. Dan moet heel de verzamelde gemeenschap van Israël ze slachten in de avondschemering. Vervolgens moet gij wat bloed nemen en dat uitstrijken over de beide deurposten en over de bovenbalk van de deur van alle huizen waar het lam gegeten wordt. In dezelfde nacht moet het vlees gegeten worden, op het vuur gebraden. Het moet gegeten worden met ongezuurd brood en bittere kruiden. En dit is de wijze waarop gij het lam moet eten: uw lendenen om gord, uw voeten geschoeid en uw stok in de hand. Haastig moet ge het eten, want het is Pasen voor de Heer. Deze nacht zal Ik door Egypte gaan en alle eerstgeborenen van Egypte, zowel mensen als dieren, zal Ik slaan. Aan alle goden van Egypte zal Ik het vonnis voltrekken. Maar het bloed aan de huizen zal een teken zijn dat gij daar woont. Als Ik het bloed aan uw huizen zie, zal Ik u voorbijgaan. Geen vernietigende plaag zal u treffen als Ik Egypte sla. Deze dag moet gij tot een gedenkdag maken, ge moet hem vieren als een feest ter ere van de Heer. Van geslacht tot geslacht moet ge hem als een eeuwige instelling vieren.”

Tussenzang

Ps 116(115),12-13.15-16bc.17-18
Hoe kan ik mijn dank betuigen voor al wat de Heer mij gaf Ik hef de offerbeker, de Naam van de Heer roep ik aan. Want kostbaar is in de ogen des Heren het leven van wie Hem vereert. O Heer, ik ben uw dienaar Gij hebt mijn boeien geslaakt. Met offers zal ik U loven de Naam van de Heer roep ik aan. Ik zal mijn geloften volbrengen waar heel zijn volk het ziet

Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

(1Kor 11,23-26)
Broeders en zusters, zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven: dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam, en na gedankt te hebben, het brak en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis.’ Zo ook nam Hij na de maaltijd de beker met de woorden: ‘Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet dit elke keer dat gij hem drinkt tot mijn gedachtenis.’ Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkon­digt gij de dood des Heren, totdat Hij wederkomt.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Joh 13,1-15
Het paasfeest was op handen. Jezus, die wist dat zijn uur gekomen was om uit deze wereld over te gaan naar de Vader en die de zijnen in de wereld bemind had, gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe. Het avondmaal was begonnen. De duivel had reeds aan Judas Iskariot, de zoon van Simon, het plan ingegeven om Hem over te leveren. In het bewustzijn dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde, stond hij van tafel op, legde zijn bovenkleren af, nam een linnen doek en omgordde zich daarmee. Daarop goot Hij water in het wasbekken en begon de voeten van de leerlingen te wassen en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te drogen. Zo kwam Hij bij Simon Petrus, die echter tot Hem zei: ‘Heer wilt Gij mij de voeten wassen?’ Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Wat Ik doe begrijpt ge nu nog niet, maar later zult gij het inzien.’ Toen zei Petrus tot Hem: ‘Nooit in der eeuwigheid zult Gij mij de voeten wassen!’ Jezus antwoordde hem: ‘Als gij u niet door Mij laat wassen, kunt gij mijn deelgenoot niet zijn.’ Daarop zei Simon Petrus tot Hem: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en hoofd.’ Maar Jezus antwoordde: ‘Wie een bad heeft genomen, behoeft zich niet meer te wassen (tenzij de voeten), hij is immers helemaal rein. Ook gij zijt rein, ofschoon niet allen.’ Hij wist immers wie Hem zou overleve­ren. Daarom zei Hij: ‘Niet allen zijt gij rein.’ Toen Hij dan hun voeten had gewassen, zijn bovenkleren had aangetrokken en weer aan tafel was gegaan, sprak Hij tot hen: ‘Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb? Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer, en dat doet gij terecht, want dat ben Ik. Maar als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen, dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen. Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.

Menu sluiten